Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Het nut en de noodzaak van chaos in sociaal verbonden sterke wijken

Sinds 2015 is het sociaal domein steeds nadrukkelijker neergezet als de plek waar nabijheid, participatie en veerkracht samenkomen, een ambitie die ook in het coalitieakkoord voortleeft in de inzet op sterke wijken, preventie en gemeenschapsvorming. Tegelijk schuurt die belofte met een middel-doelgerichte uitvoeringspraktijk die vooral ordent, meet en stuurt, en daardoor vaak weinig oog heeft voor de informele en ogenschijnlijk chaotische verbanden waarin bewoners elkaar juist weten te vinden. Zo ontstaat de vraag of wij de chaos van sociale verbinding durven te nemen als uitgangspunt voor beleid gericht op sterkere wijken.

6 April 2026

In het Coalitieakkoord wordt onder meer 200 miljoen geïnvesteerd in een gemeenschapsfonds en 40 miljoen per jaar (2027–2029) voor een wijkgerichte aanpak. Via de SPUK Kansrijke Wijk blijft 400 miljoen beschikbaar om leefbaarheid, re-integratie, financiële bestaanszekerheid en kansengelijkheid te versterken, met een sterke focus op preventie, sterke wijken, bibliotheken en de (samen)redzaamheid van burgers. Dit toont het belang dat wordt gehecht aan lokale ontmoeting en wederkerige verhoudingen.

Frustratie van de middel-doel relatie

Met de beweging naar de leefwereld van inwoners in buurtgemeenschappen worden we uitgedaagd voorbij te kijken aan de systeemwereld van het sociaal domein. We zijn daar lang blijven denken in middel‑tot‑doel‑systemen; beleid wordt ontworpen, subsidies gekoppeld, soms volgt een participatietraject, initiatieven die in het kader passen worden geselecteerd, en zo zou een wijk moeten ontstaan met aandacht voor preventie, samenredzaamheid en sociale cohesie, (gemonitord aan de hand van indicatoren). De uitvoering leunt op wel of niet‑geoormerkte (rijks)middelen, (ESF‑)subsidies, beschikkingen, bezuinigingsopgaven en inzet van overheidspersoneel.

Een nieuwe schets van de doelen van het sociaal domein?

Echter wordt juist buiten dit schema zichtbaar wat bewoners zelf communiceren via gedrag, behoeften en spontane samenwerkingsvormen. Denk aan kringloopwinkels of de skaterscommunity. Ze zijn rommelig, moeilijk meetbaar en stuurbaar en soms ongrijpbaar, maar vormen precies de informele ecosystemen waar mensen elkaar op organische wijze, met eigen wetmatigheden, vinden. Juist die oningerichte plekken weven de sociale draden waar beleid later graag ‘eigenaarschap’ of ‘cohesie’ in herkent.

Chaos toont wat bewoners zelf belangrijk vinden en onthult zo onderliggende, vaak nog niet geformuleerde of geëxpliciteerde lokale behoeften. Ik durf daarom te stellen dat chaos nieuw inzicht kan geven in de initieel bepaalde doelen van het sociaal domein. Immers; ze maakt duidelijk welke positie en rol nog nodig is van het sociaal domein en haar systemen; waar ze kan ondersteunen, beïnvloeden, faciliteren; en dus waartoe zij op aarde is.

In Amsterdam wordt dit principe al toegepast op het gebied van specialistisch jeugdwerk met betrekking tot criminaliteit: veldwerkers en credible messengers staan letterlijk in die leefwereld en halen levensechte informatie op over hotspots, ritmes en groepsdynamiek die je in geen dashboard ziet. Wijkgericht werken is echter spannend. Er zijn vaak geen wetenschappelijke bewijzen, monitoring op grote schaal is ingewikkeld en dus ook verantwoording is lastig. Dat vraagt om een nieuwe blik op monitoring en effectmeting (en niet onbelangrijk; signaleren als er onwenselijke zaken gebeuren en daarop kunnen acteren). Het vraagt om inzicht in welke variabelen door de chaos op wenselijke wijze zijn ontworpen en gestut, en welke variabelen een (kleine) aanpassing behoeven zodat een gewenst effect ontstaat.

Diagnose-instrument

We zouden burgers de ruimte moeten geven om kenbaar te maken wat hun behoefte is, zodat de overheid haar rol adaptief en zo passend mogelijk kan invullen. Dat zal steeds meer moeten als we sterke wijken willen (laten) opbouwen. Ter voorkoming van een grote uitrol van allerlei interventies, gaat het om geïnformeerd reageren op behoefte. Chaos kan daarnaast worden gezien als diagnose-instrument. Chaos maakt zichtbaar waar systemen vastlopen, omdat juist buiten de strak georganiseerde processen duidelijk wordt waar regels knellen, protocollen niet aansluiten op de praktijk, verantwoordelijkheden versnipperen en burgers tussen wal en schip vallen.    

Het vraagt een onderzoekende en nieuwsgierige houding van de overheid, niet nadat een interventie is ingezet, maar om te definiëren welke ‘interventie’ de overheid moet zijn, en tot waar. De overheid moet zich steeds afvragen: wie ben ik en wie moet ik zijn?

Scheppen: wie is de tekenaar?

De VNG publiceerde recent het rapport ‘Overheidsparticipatie. We doen het samen’ waarin deze ommezwaai al wordt bemoedigd; de overheid zou als gelijkwaardig partner moeten participeren in burgerinitiatieven, in plaats van de stuurder zijn.

Niet de gemeente, ambtenaren en zelfs niet de burgers zelf in een participatietraject tekenen; chaos is degene die de kwast in de vingers heeft. Ze kolkt rond en schept een nieuwe orde; een orde die op het eerste gezicht ongeorganiseerd lijkt, maar in de praktijk consistent en adaptief voldoet aan de sociale (ondersteunings)behoeften van burgers in hun buurt. Wij zouden ons observatiecapaciteit zo moeten inrichten dat we in staat gesteld worden het web gewoven door chaos te zien en begrijpen. Durven wij de ongeorganiseerdheid van sociale verbinding (chaos) als uitgangspunt te nemen in het maken van beleid gericht op sterkere wijken?

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.