Jongeren die in een accommodatie voor jeugdhulp verblijven voelen zich vaak niet vrij om een klacht in te dienen, omdat ze bang zijn voor de gevolgen. Daarnaast vinden ze klachtenprocedures te formeel en te lang duren. Veel jongeren hebben bovendien meer behoefte aan een open gesprek dan aan het doorlopen van een officiële klachtenprocedure. Tien jaar na eerdere onderzoeken over het klachtrecht zijn structurele problemen niet opgelost. Dat blijkt uit het rapport ‘Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’ van de Kinderombudsman.

Soms kunnen jongeren niet (meer) thuis wonen. Dan kan een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder jongeren een woonplek bieden. Toch kunnen zij daar soms negatieve ervaringen meemaken, bijvoorbeeld met begeleiders of andere jongeren. Juist daarom moeten zij hun zorgen kunnen uiten en kunnen aangeven wanneer iets niet klopt. Die verantwoordelijkheid weegt extra zwaar, omdat deze jongeren in een afhankelijke positie verkeren, gescheiden zijn van hun gezin en ze in hun vrijheid worden beperkt. Dat maakt hen extra kwetsbaar. De Kinderombudsman onderzocht daarom opnieuw – net als tien jaar geleden – hoe klachtenprocedures in accommodaties voor jeugdhulp zijn ingericht, in gesprekken met experts en (oud-)bewoners.
Kinderombudsman Margrite Kalverboer concludeert dat er veel te weinig vooruitgang is geboekt: “Uit het onderzoek blijkt dat de klachtenprocedures niet toegankelijk zijn voor jongeren, waardoor ze er weinig gebruik van maken. Zolang deze jongeren zich niet veilig voelen om meldingen te doen, komen we er niet achter wat er tijdens het verblijf in hun leven speelt en wat er niet goed gaat. Zolang wij die voorwaarden niet verbeteren, zullen we er niet in slagen de kwaliteit van hun verblijf te verbeteren. De aanbevelingen van Commissie-De Winter naar aanleiding van zijn onderzoek naar geweld in de jeugdzorg gelden nog onverkort."
Jongeren geven aan dat ze niet het vertrouwen hebben dat de klachtafhandeling echt onafhankelijk is. Ook zijn ze bang dat ze negatieve gevolgen ondervinden van het indienen van een klacht. Dus dienen ze liever geen klacht in, vanwege de risico’s die eraan kleven. Ze zijn immers afhankelijk van de zorg op de plek waar ze verblijven.
Het is heel ingrijpend voor jongeren als ze niet langer in hun eigen gezin wonen, maar in een gezinsvervangende omgeving. Die omgeving moet volgens het Kinderrechtenverdrag zo 'thuis' mogelijk zijn. "Als je wilt dat jongeren zich uitspreken, moet je zorgen voor een veilig pedagogisch klimaat,” aldus Kalverboer. "Een werkelijk toegankelijk klachtrecht waar kinderen gebruik van durven te maken, hoort daarbij."
De Kinderombudsman doet daarom drie concrete aanbevelingen:
Kalverboer ziet haar rapport als handreiking en opening van een gesprek. "Ik zal dit dan ook meenemen in de gesprekken die ik voer met de verantwoordelijke ministeries, gemeenten, Jeugdzorg Nederland en jeugdhulpaanbieders."
