Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Ombouw JeugdzorgPlus: een complex en kostbaar proces

Het streven naar nul plaatsingen wordt breed omarmd en is haalbaar. Maar het afbouwproces gaat gepaard met grote risico’s. Het is daardoor niet ondenkbaar dat de uitkomst uiteindelijk haaks staat op de ambitie om deze jeugdigen passende zorg dichtbij huis te geven.

19 augustus 2022

Staatssecretaris Van Ooijen (VWS) komt met drastische hervormingen in de gesloten jeugdhulp. De huidige, grootschalige locaties zullen getransformeerd worden naar kleinschalige, open plekken, midden in de samenleving. Daarnaast streeft Van Ooijen naar nul gesloten plaatsingen in 2030. Maar hoe realistisch is dat?

In deze reeks reageren diverse experts vanuit hun eigen expertise op deze ambitieuze voornemens. In dit tweede deel: Gaby Willemse, senior beleidsadviseur bij de Gemeente Utrecht en sinds 2015 werkzaam in het team Jeugd.

Afbouw van JeugdzorgPlus: een complex en kostbaar proces

De afbouw van JeugdzorgPlus is een ingrijpende verandering in het zorglandschap. Het gaat immers om een hele complexe, weinig voorkomende doelgroep die hoog specialistische zorg nodig heeft. Keuzes in het ene deel van het land hebben direct gevolgen voor andere delen van het land. Bovendien brengt een transformatie van dit formaat forse frictiekosten met zich mee. Deze kosten kunnen niet door gemeenten gedragen worden. De alternatieven voor JeugdzorgPlus zijn veel beter, maar ook minstens net zo duur, zo niet duurder.

Zorg wordt geleverd in kleinschalige gezinsgerichte groepen van vier jeugdigen in een ‘gewoon’ huis in de wijk, in plaats van groepen van acht jeugdigen in grote panden op een terrein. De veiligheid van de jeugdige wordt geborgd door nabijheid van zorgprofessionals in plaats van separatie in de isoleerruimte. De jeugdige wordt niet meer uit huis geplaatst, maar zorg wordt thuis geboden door intensieve ambulante begeleiding, zo nodig 24 uur per dag.

Daarbij staat de transformatie van JeugdzorgPlus niet op zichzelf, maar is het onderdeel van een grotere stelselverandering. De transformatie van de driemilieusvoorzieningen, het residentiële onderwijs en de opbouw van alternatieve zorgvormen, zijn bijvoorbeeld nauw verbonden met de afbouw van JeugdzorgPlus.

We zien nu al duidelijk de gevolgen van de ingezette veranderingen. De terugloop in JeugdzorgPlus-plaatsingen gaat in de meeste regio’s veel harder dan voorzien, wat inhoudelijk een zeer goede ontwikkeling is, maar voor de JeugdzorgPlus-aanbieders moeilijk te managen is. Hun inkomsten voor dit type zorg dalen, terwijl de kosten voor huisvesting en personeel even hoog blijven. Samenvoegen van groepen is vanwege het verschil in zorgvraag vaak niet mogelijk. De impact van de dalende bedbezetting op de bedrijfsvoering is fors. Daarmee komt vanzelf ook de continuïteit van andere vormen van zorg van de betreffende aanbieder onder druk te staan.

Aandachtspunten in het afbouwproces

Het lijkt onvermijdelijk dat sommige zorglocaties de deuren zullen moeten sluiten, en dat zijn niet per se locaties waar uitsluitend JeugdzorgPlus wordt geboden. Een deel van de jeugdigen dat op dat moment op zo’n locatie zorg krijgt, zal uitstromen en met ambulante hulp weer naar huis kunnen.

Dat is echter niet voor iedereen mogelijk. Voor sommige jeugdigen zal voor zorgcontinuïteit een nieuwe passende verblijfsplek gevonden moeten worden. Het organiseren van alternatieve zorg – ambulant, maar vooral met verblijf – is vanwege de complexiteit van de doelgroep bepaald geen eenvoudige opgave. Dat vergt maatwerk per persoon. Als er nog geen passende vervolgzorg beschikbaar is, dan zal die gecreëerd moeten worden.

En dat lukt niet altijd, althans niet op korte termijn. Wanneer zorgcontinuïteit thuis niet mogelijk is, dan is een gedwongen verhuizing voor deze jeugdigen bovenal een zoveelste ingrijpende, mogelijk traumatiserende ervaring. Een verhuizing kan ook betekenen dat een jeugdige juist verder van huis komt, in plaats van dichterbij (al dan niet in afwachting van een volgende verhuizing wanneer er een plek dichterbij huis beschikbaar komt). Het Verwey-Jonker Instituut vergeleek een sluiting van een voorziening voor residentiële zorg met een crisis. Daarvan wil je er landelijk liever niet te veel tegelijk of kort achter elkaar hebben, zeker niet voor deze kwetsbare doelgroep.

Uitkomst afbouwproces onzeker, passende zorg onder druk

Aanbieders en afzonderlijke regio’s/gemeenten moeten op dit moment keuzes maken in verband met het JeugdzorgPlus-afbouwproces. Deze keuzes kunnen en moeten zij niet alleen maken. Over liquiditeitssteun, investeringen in residentieel onderwijs, inzet van SPUK-middelen, aanpassing van tarieven, enzovoorts. Die keuzes kunnen niet genomen worden zonder een totaalbeeld van de ontwikkelingen in andere regio’s en bij andere aanbieders, zonder financiële middelen om frictiekosten te dekken of de afbouw zo nodig te temporiseren. Als het afbouwproces op deze manier wordt voortgezet, dan is de uitkomst mogelijk dat jeugdigen met een complexe hulpvraag geen passende zorg krijgen, dat benodigde specialismen verdwijnen, en dat voorzieningen niet gelijkmatig over het land zijn verdeeld.

Landelijke regie en oplossing voor frictiekosten noodzakelijk

Om dat te voorkomen, is er een landelijke coördinatie en sturing nodig. De benodigde én gewenste afbouw van JeugdzorgPlus is een stelselverantwoordelijkheid en moet ook als zodanig worden benaderd. Het is noodzakelijk dat het Rijk deze verantwoordelijkheid op zeer korte termijn oppakt, ten aanzien van de inrichting van het landelijke zorglandschap concrete keuzes maakt, en de verantwoordelijkheid neemt voor de financiële gevolgen van deze ingrijpende stelselverandering.

Lees ook deel I van deze reeks: Ombouw JeugdzorgPlus: oog houden voor de meest kwetsbaren

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.