Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Opschuiven van het startpunt eigen risico in zorgverzekering brengt de zorgkosten omlaag

De Nederlandse Zorgverzekeringswet kent een verplicht eigen risico waarbij mensen in 2020 de eerste 385 euro van hun zorgkosten uit eigen zak moeten betalen. Het doel van het eigen risico is om verzekerden bewust te maken van de zorgkosten door deze deels bij henzelf te leggen. Aan het eigen risico kleven nogal wat bewaren. Minke Remmerswaal heeft in haar promotieonderzoek onderzocht wat deze nadelen zijn. Ze toont aan dat andere vormen van eigen betalingen, zoals een verschoven of procentueel eigen risico effectiever zijn. Op 2 juli verdedigt ze haar promotieonderzoek aan Tilburg University.

Tilburg University 24 juni 2021

Een nadeel van het verplicht eigen risico is dat mensen die chronisch ziek zijn of mensen die elk jaar zorg nodig hebben, doorgaans elk jaar het verplicht eigen risico volmaken en 385 euro moeten betalen. Gezonde mensen betalen vaker niets of weinig uit eigen zak, omdat ze geen of weinig zorg nodig hebben. Gezonde mensen zullen er ook vaker voor kiezen het eigen risico te verhogen, waardoor de premie die ze betalen omlaag gaat. Zo ontstaat er een zekere uitruil tussen de effecten van een verplicht eigen risico: een hoger eigen risico kan leiden tot een lagere zorgpremie, maar daardoor betalen mensen die chronisch ziek zijn en mensen die elk jaar zorg nodig hebben met hoge zorgkosten ook meer uit eigen zak omdat ze toch het eigen risico volmaken. Remmerswaal heeft in haar onderzoek aangetoond dat andere vormen van eigen betalingen, namelijk verschoven of procentueel eigen risico, die uitruil verbeteren. Deze vormen van eigen betalingen hebben hetzelfde (of een groter) remmend effect op de zorguitgaven én mensen hoeven minder uit eigen zak te betalen.

Verschoven eigen risico

Remmerswaal ontwikkelde een structureel microsimulatiemodel dat kan voorspellen hoe de Nederlandse zorguitgaven en het bedrag dat personen uit eigen zak betalen veranderen door een wijziging van de vorm en/of hoogte van eigen betalingen in de zorgverzekering. Bij een verschoven eigen risico wordt het startpunt van het eigen risico verschoven van 0 euro naar 400 euro. Uit haar onderzoek bleek dat voor de onderzochte populatie de gemiddelde afname van zorguitgaven 4% was en dat de eigen betaling met 47% afnam ten opzichte van een gewoon eigen risico van 300 euro. Ook een procentueel eigen risico, waarbij verzekerden een percentage van de zorgkosten uit eigen zak betalen, is efficiënter dan een standaard eigen risico. De uitkomsten van het model laten zien dat deze alternatieve vormen van eigen betalingen in de Nederlandse Zorgverzekeringswet effectiever zijn dan een gewoon eigen risico in het afremmen van zorggebruik en zorgkosten. Dit komt onder andere omdat bij het huidige eigen risico mensen met een of enkele behandelingen al hun eigen risico volmaken. Voor behandelingen die daarna nodig zijn hoeven ze geen eigen bijdrage meer te betalen en worden ze dus niet meer gestimuleerd een afweging te maken of de behandelingen nodig zijn. Bij een procentueel en verschoven eigen risico is dat niet zo en maken verzekerden minder snel hun eigen risico vol. Hierdoor worden ze over een langere periode geremd in hun zorggebruik. Daarnaast betalen verzekerden minder uit eigen zak omdat ze een percentage van de zorgkosten hoeven te betalen (bij een procentueel eigen risico) of de eerste 400 euro aan zorgkosten geen eigen risico betalen (bij een verschoven eigen risico dat start op 400 euro).

Vrijwillig eigen risico

Remmerswaal heeft ook naar het vrijwillig eigen risico gekeken. Mensen kunnen kiezen voor een eigen risico van 100, 200, 300, 400 of 500 euro bovenop het verplichte eigen risico en zo een korting op hun zorgpremie krijgen. Haar onderzoek laat zien dat het vrijwillig eigen risico het zorggebruik nau­welijks afremt, wat betekent dat mensen zonder een vrijwillig eigen risi­co bijdragen aan de premiekor­ting voor verzekerden met een vrijwillig eigen risico.

Financiële prikkels

De dissertatie van Remmerswaal bestaat uit meerdere papers waarin de vraag centraal staat hoe finan­ciële prikkels in de Nederlandse gezond­heidszorg het gedrag van zorgaanbieders en verzekerden kunnen beïn­vloeden. Voor politici en beleidsmakers is dit een belangrijke vraag, omdat de zorguitgaven een fors deel van de nationale begroting in beslag nemen. Zo heeft ze ook gekeken naar de in 2008 ingevoerde betaalsyste­matiek voor aanbieders van geestelijke gezond­heidszorg (ggz). In dit systeem stijgt de vergoeding traps­gewijs op vaste behandel­duurgrenzen. Haar onderzoek toont aan dat dit systeem er niet toe geleid heeft dat aanbieders veel efficiënter gingen werken. In de praktijk bleken aanbieders hun patiënten juist precies zo lang te behandelden totdat ze een hogere tariefgrens hadden bereikt. Maar deze langere behandeling vertaalde zich voor de patiënten niet in betere gezondheidsuitkomsten.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.