Volgens Hato spelen er landelijk twee grote ontwikkelingen. “De zorgkosten nemen ieder jaar toe. Tegelijkertijd krijgen we een enorm beschikbaarheidsprobleem: over twintig jaar zou één op de vier Nederlanders in de zorg moeten werken om de huidige vraag bij te houden.” Dat vraagt volgens hem om een andere manier van denken over zorg en ondersteuning en een behoefte voor financiering in preventie.
‘’De zorg zien we als een recht, daar zijn we bereid voor te betalen. Terwijl we preventie vaak niet als een investering zien, maar als een kostenpost. Het is belangrijk om preventie ook als investering te zien, in plaats van alleen een uitgave’’, zegt Hato. Welke partij deze investering op zich neemt, blijkt echter dé uitdaging te zijn. Het verschil tussen wat Hato ‘de papieren werkelijkheid versus de echte werkelijkheid’ noemt, maakt de toekomst niet altijd voorspelbaar. Volgens Kuipers vraagt het sociaal domein echter wel om een stukje ondernemerschap. ‘’Het is opvallend dat er in het sociaal domein van alles bewezen moet worden, dat er weinig tolerantie is als het gaat om het nemen van risico’s, in tegenstelling tot het fysieke domein bijvoorbeeld’’.
Als antwoord op de onzekerheid onder voorinvesteerders, stelt Hato de ‘health impact bond’ voor: een duidelijke prestatieafspraak tussen de partijen. ‘’Het gaat om the system in de room, om er met z’n allen voor te kunnen zorgen dat het een financierbare propositie is’’.
Volgens Hato wordt de oorzaak van de problematiek vaak niet aangepakt, omdat die in het sociale domein zit. De grenzen tussen het sociaal domein en de zorg zijn heel strikt. Daarnaast is er ook behoefte aan opvang van problematiek ‘door mensen onderling’. ‘’We hebben in Nederland heel veel geprofessionaliseerd’’, zegt Kuipers. ‘’Het bepalen van de ondersteuningsbehoeften van inwoners moet je wel samen met inwoners doen, dat kun je niet achter een bureau bedenken. Je moet dit in de kaders van de wet doen, maar wel de mens centraal zetten’’.