Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

VNG: na zes jaar is de decentralisatie in het sociaal domein nergens voltooid – een blik op de oorzaken

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder meer jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Over de resultaten van deze decentralisaties zijn inmiddels diverse kritische rapporten verschenen (zoals dit rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (1) en dit rapport van AEF(2)). Sinds vorige week kan daaraan een nieuw rapport toegevoegd worden, namelijk de Eindrapportage van de Visitatiecommissie (3) financiële beheersbaarheid sociaal domein van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (‘VNG’). Het oordeel van de VNG? De beoogde resultaten van de decentralisatie zijn tot op heden niet of slechts gedeeltelijk verwezenlijkt. Na zes jaar decentraal beleid zijn gemeenten nog steeds zoekende en bezig met de vormgeving of verfijning van het stelsel, maar nergens is de transformatie voltooid. In dit blog komen enkele in het oog springende observaties van de VNG aan bod.

15 december 2021

Externe verwijzers – oorzaak buiten invloedssfeer gemeenten?

De VNG identificeert diverse vraagstukken die buiten de directe invloedssfeer van de (individuele) gemeenten liggen, maar wel effect hebben op de financiële positie van gemeenten en de betaalbaarheid van het sociaal domein op de lange termijn. Een van die vraagstukken ziet op de verschillende partijen – huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, gecertificeerde instellingen en rechters – die naast de gemeentelijke toegang naar specialistische jeugdzorg mogen verwijzen.

Vanuit de optiek van de gemeenten is het problematisch dat zij de financiële eindverantwoordelijkheid dragen voor alle zorgtrajecten, maar in veel gevallen niet kunnen meebeslissen over welke zorg(verlener) wordt ingezet. Dat maakt het voor gemeenten lastig om grip te houden op kosten die bij de externe verwijsroutes horen. Bovendien zouden gemeenten daardoor lastig hun regierol kunnen waarmaken, nu zij in formele zin geen aangrijpingspunten hebben om die regierol op te eisen. De VNG pleit dan ook voor randvoorwaarden om de verschillende toegangspoorten in de Jeugdwet houdbaar te houden.

Aan wat voor randvoorwaarden de VNG denkt, wordt niet inzichtelijk gemaakt. Daarbij merk ik op dat de gemeenten niet zo stuurloos zijn als het bovenstaande doet vermoeden. Immers, enkel de verwijzingen naar gecontracteerde zorgaanbieders komen ten laste van de gemeenten. Daarmee hebben de gemeenten een eerste belangrijk sturingsmiddel in handen. Daarnaast kunnen gemeenten in beginsel zelf bepalen met welke (combinatie van) zorgproducten zij uitvoering willen geven aan de Jeugdwet en ook hoe deze zorgproducten ten opzichte van elkaar worden ingedeeld en afgebakend. Dat brengt mee dat de gemeente bijvoorbeeld ook voorwaarden kan stellen aan de intensiteit en duur van de behandelingen die de gemeente inkoopt (zie ook deze uitspraak van afgelopen zomer van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland).

Oorzaken binnen beïnvloedingssfeer gemeenten

De VNG benoemt ook diverse problemen die binnen de invloedssfeer van de gemeenten liggen. Zo constateert de VNG dat gemeenten weliswaar vaak een duidelijke visie hebben, maar dat concretisering en vertaling van deze visie naar doelen en daarmee samenhangende stuurinformatie te vaak ontbreekt. Het gevolg van het ontbreken van logische indicatoren en handelingsinstructies om te beoordelen of de beoogde resultaten worden bereikt, is dat het uitermate lastig is om effectief bij te sturen. Ook staat het in de weg aan evalueren, samen leren en sturen op resultaten.

Een ander knelpunt is de inkoop van zorg door kleinere gemeenten, met name waar het grotere aanbieders betreft. Naast omgekeerde machtsverhoudingen kan het leiden tot spanningen wanneer de grote aanbieder in de problemen komt, terwijl de kleinere gemeente afhankelijk is van de grote aanbieder.

Ten aanzien van regionale samenwerking merkt de VNG onder meer op dat de organisatiegraad van regio’s invloed heeft op de ervaren meerwaarde en daarmee het succes van de samenwerkingen tussen gemeenten. De VNG ziet grote meerwaarde in regionale samenwerkingen waar die samengaan met een goede regionale governance.

Een blik op de toekomst

De VNG sluit de Eindrapportage af met een blik op de toekomst. Na de kritische rapportages over de decentralisaties, zijn diverse adviezen uitgebracht over hervormingen in het sociaal domein (bijvoorbeeld het advies ‘maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’). Het is aan het nieuwe kabinet om daarover besluiten te nemen – het gepresenteerde coalitieakkoord geeft op hoofdlijnen inzicht in de maatregelen waaraan gedacht wordt.

De VNG roept gemeenten op om in de tussentijd geen afwachtende houding aan te nemen. De VNG dringt erop aan om alleen daar te ondersteunen waar het echt nodig is: prioritering. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de cliënten die zorg ontvangen, ook de cliënten zijn die het hardste zorg nodig hebben. Daarvoor is een scherpe begrenzing nodig van de doelgroepen die de gemeenten willen bereiken. Ook kan het betekenen dat er kritisch wordt gekeken naar zorgverlening aan sommigen, terwijl anderen juist door de gemeente actief benaderd worden. Ook roept de VGN op om steeds meer op basis van kwaliteit te differentiëren en een systeem in te richten waarin kwaliteit meetbaar is. Tot slot moeten er minimumgrenzen worden gesteld aan kwaliteitseisen, met als sanctie het afbreken van de samenwerking.

1) https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2020/11/16/sociaal-domein-stagneert-vijf-jaar-na-decentralisatie-is-de-ondersteuning-van-kwetsbare-burgers-nog-niet-op-orde

2) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/12/15/stelsel-in-groei

3) https://vng.nl/sites/default/files/2021-12/visitatiecommissie-financiele_20211104.pdf

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.