Om de jeugdhulp te verbeteren en beter beheersbaar te maken, heeft het ministerie van VWS het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in consultatie gebracht. De VNG is kritisch op de verwachte effectiviteit en de verplichte werkwijze voor lokale teams.

De VNG is het met het rijk eens dat de situatie in het jeugddomein onhoudbaar is: dat 1 op de 7 jongeren gebruik maakt van jeugdhulp, is zowel maatschappelijk als financieel zeer onwenselijk. Dit vraagt om een cultuurverandering en om wezenlijk andere keuzes over de juridische en financiële inrichting van het stelsel. Deze keuzes blijven in het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet uit.
Het wetsvoorstel doet bovenal niet wat de titel belooft: de reikwijdte van de jeugdhulp wordt niet ingeperkt. Wij menen dat het rijk daarmee de kans laat lopen om te komen tot een beheersbaar stelsel, waarin de meest kwetsbaren tijdig goede hulp krijgen. De beoogde besparing achten wij op deze manier volstrekt onrealistisch.
De commissie-Van Ark benadrukte al dat de oplossing voor veel problemen in gezinnen juist buiten de jeugdhulp gezocht moet worden. Wij sluiten ons hierbij aan en roepen het kabinet nadrukkelijk op dit als een gezamenlijke opgave te benaderen. Als er niet meer inzet wordt gepleegd om de onderliggende oorzaken van het oplopende jeugdhulpgebruik aan te pakken, heeft de aanpassing van de Jeugdwet een gering effect.
Het wetsvoorstel introduceert verplichtingen die onduidelijk en op onderdelen zelfs contraproductief zijn, vooral voor de lokale teams. Lokale teams hebben ruimte nodig om te doen wat nodig is, zoals beschreven in het recent afgesloten Convenant Stevige Lokale Teams. Het wetsvoorstel creëert deze ruimte niet, integendeel. Het borduurt vooral voort op de huidige belemmerende kaders en kleurt de werkwijze van lokale teams op een onwenselijke manier in.
De VNG concludeert dat een fundamentele aanpassing van het wetsvoorstel nodig is en heeft al enkele voorstellen gedaan aan het ministerie van VWS. We nodigen het rijk uit om samen met ons te komen tot een samenhangend geheel van (stelsel)keuzes, sturingsprincipes en instrumentarium. Pas daarna zou het wetsvoorstel moeten worden doorgeleid naar de Raad van State en de Tweede Kamer.
