Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Wie gaat de getroebleerde “post”-corona-jongere vinden…en dan?

De effecten op jongeren van de eerste golven van corona zijn nog niet eens voorbij en er lijken alweer nieuwe problematieken bij te komen door de voortgang van de pandemie. De deskundigen zijn het behoorlijk eens. Voor de jongeren, die door alle maatregelen relatief geïsoleerd leefden, was het de laatste tijd extra zwaar opgroeien. Alle normale sociale contacten uit de klas, de ontmoetingsplaatsen, uitgaan, sport en nog veel meer was er niet meer. Voor best veel jongeren heeft dit alles geen negatieve effecten opgeleverd. Voor een kleiner percentage onder hen wel. Net als vele anderen heeft ook de Erasmus Universiteit Rotterdam dit onderzocht in haar publicatie (van 10-2021) “Aandacht voor het welzijn van jonge mensen”. (1) Maar dit (kleinere) percentage betreft getalsmatig nog een zeer groot aantal jongeren. Jongeren die recht hebben op onze hulp.

9 november 2021

Deze uitkomsten zijn dus beslist zorgelijk. Een jongere is niet voor niets jong en moet en mag op ieder vlak nog veel leren om hopelijk uit te groeien tot een volwassene met voldoende bagage om een mooi en waardevol leven te gaan leiden. Een jongere die minder goed in diens vel zit, is minder goed in staat te leren. Is minder weerbaar op alle vlakken. En is daardoor ook minder in staat te relativeren en actief mee te doen met leeftijdsgenoten. Allemaal factoren die bijdragen aan een hopelijk tijdelijke achterstand van deze jongere. Daar wordt terecht massaal op ingestoken door alle beleidsmakers die aan deze maatschappelijke zorggedachte voor jongeren raken, want we willen deze jongere immers allemaal tijdig vinden en helpen. Zo zijn er bijvoorbeeld (niet limitatief);

  • Het gemeentelijk jeugdbeleid dat onder andere de zorg voor het mentaal welzijn wil bedienen.

  • De leerplicht ambtenaar die kijkt waar er uitval ontstaat en waarom.

  • Het gemeentelijk onderwijsbeleid dat, deels extra vanuit de Nationaal Programma gelden, hier een regierol tussen partijen wil vormen.

  • De zorgadviesteams in de scholen die analyseren waarom een jongere minder is gaan presteren.

  • De mensen van de Participatiewet die zien dat nu een oplopend aantal net 18-jarigen een (beginnend) mentaal probleem heeft of minder vaak aan de kwalificatieplicht heeft (kunnen) voldoen.

Uiteraard zijn er nog veel meer betrokkenen en veel meer waardevolle interventie redenen en mogelijkheden. Allen werken naar beste vermogen aan beleid met een structuur om het vraagstuk op te lossen vanuit hun eigen wet/zuil. Binnen dit beleid komt dan ook op enig escalatieniveau zeker een vorm van onderlinge samenwerking. Leidend is de wet waar vanuit men vertrekt en de daaraan verbonden financieringsgrondslag, een logisch basisgegeven voor ons beleidsmakers.

De jongere is een al dan niet complexe persoon die waarschijnlijk met meerdere van deze beleidsterreinen te maken heeft. Hij heeft echt geen boodschap aan welke wet voor welke beleidsmaker nu het vertrekpunt is geweest. Hij weet waarschijnlijk ook niet of er wel iemand naar hem zoekt, omdat hij even wat minder lekker in zijn vel zit. Deze jongere heeft behoefte aan beantwoording van zijn eigen specifieke vraag of probleem door een, bij voorkeur, vertrouwde persoon voor hem en voordat het probleem escaleert. Het is een kwetsbaar mens met een eigen leven, die niet in alle aparte wettelijke hokjes gedrukt kan en mag worden.

Deze jongere kunnen we waarschijnlijk inderdaad vanuit de school, het jeugd wijkwerk, de sport en de cultuur gaan vinden als we ons best doen. En misschien zien de conciërge van de school of de sporttrainer hem wel eerder dan wij allen. Kortom vinden kunnen we hem waarschijnlijk op enig moment. En dan? Maakt het voor de jongere zelf uit wie hem “vond”?

Mijn wens is dat iedereen vanuit zijn eigen kennis en kunde kijkt naar de vroegst mogelijke signaleringsfase/plek. Vanuit die plek zit je vaak nog op het niveau van de vertrouwde mensen om die jongere. En laten we dan vooral niet primair denken vanuit onze budgetten. Laten we laagdrempelig en puur op de momenten dat het nodig is (minder overhead) elkaar face to face opzoeken. Want een persoonlijk netwerk kan meer dan een zware formele structuur. Zo kunnen we met een beetje geluk deze jongere vanuit zijn eigen vertrouwde schil samen als mens verder op weg helpen en daarbij ook echt naar de jongere zelf luisteren.

Preventiegericht drempelloos samenwerken en wat voor de jongere betekenen, met echt oog voor zijn/haar menselijke maat. Dat is onze grote uitdaging! Een mooie uitdaging zou ik zeggen!

(1) Lees het nieuwsbericht over het betreffende onderzoek

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.