In 2025 waren er bijna 2,3 miljoen niet-werkenden van 15 jaar tot de AOW-leeftijd. Het aantal niet-werkenden is het tweede jaar op rij licht toegenomen, in totaal met 40 duizend. Daarvoor daalde het aantal vrijwel voortdurend: tien jaar geleden waren het er nog bijna 2,7 miljoen. De meest genoemde reden om niet te werken is ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Ongeveer de helft van de mensen die niet werken, zoekt naar werk, is beschikbaar voor werk of verwacht in de toekomst te gaan werken. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
Er zijn 4 duizend meer niet-werkenden van 55 jaar tot de AOW-leeftijd in 2025 dan in 2023. Ook bij jongere leeftijdsgroepen neemt het aantal niet-werkenden toe, alleen bij 25- tot 35-jarigen niet (-3 duizend). In 2024 en 2025 was de AOW-leeftijd 67 jaar, in 2023 was deze nog 66 jaar en 10 maanden.
In de Enquête beroepsbevolking (EBB) vraagt het CBS naar zoeken van werk en beschikbaarheid voor werk. In het dashboard beroepsbevolking zijn de nieuwste cijfers hierover te vinden.
Van de bijna 2,3 miljoen mensen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd zonder werk in 2025 waren er 389 duizend in de afgelopen vier weken op zoek naar werk en beschikbaar voor werk binnen twee weken (werkloos). 251 duizend zijn op zoek naar werk óf beschikbaar voor werk (semiwerkloos).
Ruim 1,6 miljoen niet-werkenden zijn niet op zoek naar werk en ook niet binnen twee weken beschikbaar om te werken. Van hen werken 806 duizend niet omdat zij ziek of arbeidsongeschikt zijn. Nog eens 245 duizend mensen werken niet door hun hoge leeftijd of pensioen. Hoe hoger de leeftijd, hoe groter de groep die niet werkt door ziekte of hoge leeftijd. Vooral jongeren tot 25 jaar werken niet omdat zij een opleiding volgen (211 duizend). Ook zijn er in totaal 225 duizend mensen die niet werken door zorgtaken.
Bij mensen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd die in 2025 niet werkten omdat zij een opleiding volgen, verwachtte 6 procent in de toekomst niet te gaan werken. Van de mensen die zorg als belangrijkste reden om niet te werken noemen is dat 58 procent en bij ziekte of arbeidsongeschiktheid 79 procent.
In totaal verwachten bijna 1,1 miljoen mensen die niet werken ook in de toekomst niet te gaan werken. De overige 569 duizend mensen die op dit moment niet zoeken en niet beschikbaar zijn, willen in de toekomst waarschijnlijk of zeker wel werken. Zij denken dit het vaakst over één jaar of later te doen, een kleinere groep verwacht dit binnen een jaar te doen.
