Bewonersgroepen die ondernemen in een BewonersBedrijf zijn niet langer geneuzel in de marge. Het wordt tijd om hen serieus te nemen, met een nieuwe juridische vorm. De herkenning en erkenning van zo´n organisatievorm moet het publiek, overheden, partners en financiers extra vertrouwen geven in de positie van sociale ondernemingen ten opzichte van bijvoorbeeld een commercieel bedrijf en hun sociale missie wettelijk verankeren.
In 2012 startte LSA naar Engels voorbeeld met BewonersBedrijven, ondernemingen in handen van bewoners om hun wijk socialer, veiliger en leefbaarder te maken. Bewonersgroepen beheren het groen, hebben een eigen vervoersdienst en exploiteren een pand van 10 verdiepingen. Dit vraagt ondernemerschap, een strak verdienmodel en zakelijk inzicht. En is daardoor niet te vergelijken met buurtinitiatieven die werken met subsidies.
Meteen vanaf dit begin zoeken we naar een passende rechtsvorm. Het is een bedrijf van de wijk, niet van één persoon. En de winst die een BewonersBedrijf maakt, komt ten goede aan de wijk. In een BV kan winst aan private personen uitgekeerd worden, dat is in strijd met de principes van het BewonersBedrijf. Daarom kiezen bewonersgroepen veelal voor het oprichten van een stichting, waarin de gemaakte winst ten goede moet komen aan een doel dat vastgesteld is in de statuten. Een stichting biedt echter, net als een vereniging weinig ruimte om te ondernemen. Een coöperatie biedt deze ruimte wel, maar mag geld uitkeren aan de leden in plaats van een vastgesteld maatschappelijk doel.
Social Enterprise NL neemt het initiatief om de mogelijkheden van een nieuwe rechtsvorm voor deze sociale ondernemingen te onderzoeken en is al een heel eind op weg. LSA denkt in deze fase mee omdat het past bij onze BewonersAgenda, waarin we vragen om een stevigere positie voor buurtinitiatieven. Kijken naar rechtsvormen is daar een belangrijk onderdeel van en die zijn al 30 jaar niet meer veranderd. Social Enterprise NL pleit daarom voor een modaliteit op een coöperatie of BV. Door deze juridische vorm bovenop de rechtsvorm kan de maatschappelijke missie verankerd en gecontroleerd worden. Sociaal ondernemers kunnen aangesproken worden op hun inzet voor de maatschappelijke doelstelling.
Er zijn twee variaties denkbaar, met of zonder begrenzing. Wij zien een vorm met begrenzing, mogelijk met een vermogensklem, het best passen bij de dagelijkse praktijk van BewonersBedrijven. Dat betekent dat de winst uit het BewonersBedrijf niet aan een persoon kan worden uitgekeerd, maar ten goede komt aan een maatschappelijk doel. En als het bedrijf om welke reden dan ook opgeheven wordt, gaat het vermogen naar een stichting met een vergelijkbaar doel. Met begrenzing door een vermogensklem is de claim van de ondernemers dat het maatschappelijk doel voorop staat ook financieel verankerd. En dat geeft gemeenten het vertrouwen vastgoed over te dragen aan een bewonersgroep die garandeert dat het gebouw van en voor de buurt blijft. Het geeft woningcorporaties het vertrouwen om de schoonmaak of het onderhoud te gunnen aan buurtinitiatieven.
Het aanpassen van de rechtsvorm is niet genoeg. Als de juridische vorm krachtig en verankerd is, zullen overheden hun beleid moeten aanpassen om dit ondernemerschap te stimuleren. In de contracten die de gemeente afsluit met partijen rondom het beheer van voorzieningen en openbare ruimte kan deze juridische vorm als eis opgenomen worden. De gemeente stimuleert de beweging door subsidies te verstrekken aan deze sociale ondernemingen. Of door het aankoopbeleid van dienstverlening aan te passen en meer te focussen op de sociale waardering.
De Britse overheid heeft al sinds 2015 een rechtsvorm voor deze sociale ondernemingen en BewonersBedrijven: community interest companies (CICs). Een CIC is een BV die de winst toekent aan de community – de samenleving of de wijk – in plaats van aan individuen. In Engeland zijn ook verschillende fondsen die alleen geld investeren in een CIC. Wij zoeken samen met Social EnterpriseNL naar een vorm die werkt in onze dagelijkse praktijk.
Lees voor meer informatie de visie ’B.V.m. de sociale onderneming op weg naar het burgerlijk wetboek’.