- Mate van digitalisering Nederlandse bedrijven in top drie EU, EU-doel 2030 in zicht. - Nederlanders meest digitaal vaardig binnen Europa, EU-doel 2030 al gehaald. - Mate van digitalisering bedrijven in informatie- en communicatiesector het hoogst, in horeca het laagst.

In 2025 heeft bijna 90 procent van de bedrijven in Nederland het basisniveau van digitale intensiteit bereikt, een graadmeter voor het niveau van digitalisering van bedrijven. In 2023 was dat 83 procent. 84 procent van de Nederlanders beschikt over ten minste digitale basisvaardigheden, het hoogste binnen de Europese Unie. Dit blijkt uit nieuwe cijfers over ICT-gebruik bij bedrijven en inwoners van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Eurostat.

De mate van digitalisering van bedrijven wordt in de EU gemeten met de digitale intensiteitsindex. Een doel van de EU is dat in 2030 meer dan 90 procent van de kleine en middelgrote bedrijven (10 tot 250 werknemers) een basisniveau van digitale intensiteit heeft. Dit houdt in dat bedrijven minimaal vier van twaalf door de EU geselecteerde digitale technologieën gebruiken. In 2025 heeft 89 procent van de kleine en middelgrote bedrijven in Nederland dit basisniveau (lage, hoge of heel hoge digitale intensiteit) bereikt, waarmee bijna is voldaan aan de EU-doelstelling.

Van de bedrijven in de informatie- en communicatiesector haalt 98 procent het basisniveau van digitale intensiteit. 92 procent van de bedrijven in deze sector haalt zelfs de twee hoogste niveaus (hoge en heel hoge digitale intensiteit). Vijf andere sectoren zitten ook boven het Nederlandse gemiddelde van 89 procent, waaronder verhuur en handel van onroerend goed, en specialistische zakelijke dienstverlening. Bedrijven in de horeca hebben het vaakst een lage digitale intensiteit (41 procent).

Nederland had binnen de EU in 2025 het hoogste percentage inwoners met ten minste digitale basisvaardigheden: 84 procent. Hiermee heeft Nederland het EU-doel van ‘digitalisering 2030’ al bereikt. In dat jaar moet volgens deze doelstelling 80 procent van de mensen van 16 tot 75 jaar in de EU ten minste digitale basisvaardigheden hebben.
Digitale vaardigheden worden gemeten op basis van wat mensen doen met ICT, verdeeld over vijf gebieden: informatie en digitale geletterdheid, online communicatie, computers en online diensten, privacybescherming, en softwaregebruik. Per onderdeel wordt gekeken of iemand basisvaardigheden heeft of meer dan basisvaardigheden. 56 procent van de Nederlanders beschikt over meer dan digitale basisvaardigheden. In 2023 was dat 50 procent en in 2021 48 procent.

Inwoners van Nederland zijn het meest vaardig in online communicatie (e-mailen, bellen via internet, sociale netwerken gebruiken, en online je mening geven over maatschappelijke of politieke kwesties). Het minst vaardig zijn ze in het gebruik van software zoals programma’s voor tekstverwerking en spreadsheets, en het schrijven van computerprogramma’s in een programmeertaal. Op het gebied van online communicatie beschikt 99 procent van de mensen over meer dan alleen basisvaardigheden, op het gebied van softwaregebruik is dat 68 procent.
