Wat heeft geholpen om een uithuisplaatsing te voorkomen? Binnen de jeugdbescherming ontbreekt het aan kennis om dit soort vragen te beantwoorden. In haar oratie pleit Anouk Goemans voor datagedreven werken en om ook na te denken over de verhalen achter de cijfers.

Toen Anouk Goemans in 2020 als gedragswetenschapper en onderzoeker begon bij Jeugdbescherming west was een van de beleidsprioriteiten om het aantal uithuisplaatsingen te verminderen. ‘Hoeveel zijn het er dan nu?’, vroeg ze zich af. Verbaasd was ze dat op die vraag geen antwoord mogelijk was, omdat die informatie er niet was. Inmiddels zijn deze cijfers er wel, maar er ontbreekt nog steeds informatie over hoeveel kinderen na een uithuisplaatsing weer worden teruggeplaatst: ‘Ik vind dat nog steeds bizar’, zegt de hoogleraar Jeugdhulp en jeugdbescherming. ‘Kinderen horen bij hun ouders. Dat is het absolute uitgangspunt.’
Cijfers helpen inzicht te krijgen en te leren, wat uiteindelijk de kwaliteit van zorg voor gezinnen kan verbeteren. Data kunnen helpen belangrijke vragen te beantwoorden zoals: hoe bepalen professionals, samen met ouders en kinderen, waar het kind het beste op kan groeien? En welke ondersteuning hebben ouders nodig voor een stabiele terugplaatsing?
Anouk Goemans is bijzonder hoogleraar Jeugdhulp en jeugdbescherming vanuit pedagogisch en juridisch perspectief aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt zij drie dagen per week als gedragswetenschapper en onderzoeker bij Jeugdbescherming west, een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming. Zij houdt op 16 januari haar oratie.
Hoewel er sinds 2020 hard is gewerkt om data binnen de jeugdbescherming inzichtelijker te maken, pleit Goemans in haar oratie voor een nog betere data-infrastructuur. ‘We registreren best veel, alleen gebruiken verschillende organisaties systemen op een andere manier en registreren niet hetzelfde. Daardoor is het lastig om de data te gebruiken.’
Binnen verschillende projecten onderzoekt Goemans samen met anderen hoe jeugdbescherming en jeugdzorg meer datagedreven kunnen gaan werken. Een uitdaging daarbij is dat iedereen daar baat bij moet hebben. ‘Als je alleen aan je eigen onderzoeksagenda denkt werkt het niet, want dan gaan gegevens voor die data niet ingevuld worden. Allereerst moeten gezinnen en professionals ervan kunnen profiteren.’
Toen Goemans aanpassingen wilde doorvoeren in de manier van registreren om te onderzoeken waar kinderen verblijven als ze uit huis zijn geplaatst en wat de effecten zijn van de ingezette hulp, was ze dan ook huiverig voor de reactie van professionals. ‘Zij zijn dit werk niet gaan doen om te registreren, zij willen mensen helpen. Gelukkig reageerden de professionals heel positief, omdat het hen ook in hun werk helpt. Door de aanpassingen kunnen ze een beter overzicht krijgen van een gezin en een beter levensverhaal optekenen. Data verzamelen moet een win-win-winsituatie zijn.’
Maar data lossen niet alles op, daarom pleit Goemans er ook voor om naar de verhalen en perspectieven achter die data te kijken. Die kunnen verschillen bleek uit een onderzoek naar de ervaringen van kinderen, ouders en professionals bij terugplaatsing en de beslissing hierover. ‘Kinderen en ouders gaven aan dat ze zich niet gehoord en betrokken voelden. En ouders lieten weten dat ze merkten dat er niet werd gewerkt aan terugplaatsing. Aan de andere kant gaven professionals juist aan dat ze hard hun best doen om te werken aan terugplaatsing.’ Die verschillende perspectieven wil Goemans dichter bij elkaar brengen. ‘Het is in ieders belang om te zorgen voor een betere zorg voor het kind.’
Dit jaar start Goemans met een onderzoek waarbij ze zich richt op de stem van kinderen bij uithuisplaatsingsbeslissingen. Een belangrijk doel is om te onderzoeken welke rol vertrouwen en een vaste begeleider, ook wel steunfiguur genoemd, voor kinderen hebben bij het optimaliseren van een kindvriendelijk klimaat. Het onderzoek doet ze in samenwerking met jongeren die een uithuisplaatsing hebben meegemaakt.
‘Er ligt wel een onderzoeksplan, maar we willen bij elke stap van hen horen of het de juiste koers is, wat de focus van het onderzoek moet zijn en hoe we het onderzoek kunnen doen. En we willen leren van hun ervaringen. Het doel is om elk kind bij gedwongen uithuisplaatsing het recht te geven om gehoord te worden. Kinderen hebben er recht op dat we kennis verzamelen om ervoor te zorgen dat een uithuisplaatsing voorkomen kan worden of zo min mogelijk schadelijk is.’
De leerstoel van Anouk Goemans wordt mogelijk gemaakt door een fonds op naam bij het Leids Universiteits Fonds (LUF). Het fonds op naam, getiteld Fonds Bijzondere Leerstoel Pedagogiek en Recht Pro Juventute, kwam tot stand dankzij een genereuze schenking van de Stichting Pro Juventute, een organisatie die zich inzet voor vernieuwende activiteiten ten behoeve van kinderen en jongeren in problemen, met een focus op de ambulante jeugdzorg.
