Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0
Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De Participatiewet heeft als doel zoveel mogelijk mensen naar werk toe te leiden. Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Participatiewet.

Divosa: Minder mensen in bijstand, hoge uitstroom naar werk

De Divosa Benchmark Werk & Inkomen 2021 brengt goed nieuws: in 2021 daalde het aantal mensen in de bijstand. Tegenover een instroom van 24,6% stond een uitstroom van 28,5%, wat resulteerde in een gemiddelde daling van 2,4% over 2021. De vrees dat door de coronacrisis meer mensen in de bijstand zouden instromen, is ongegrond gebleken. Want ondanks de lockdown in de eerste maanden van 2021 herstelde de arbeidsmarkt zich krachtig. Daar deed ook een nieuwe lockdown in december vanwege de omikronvariant niets aan af.

Divosa 12 april 2022

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Door het sterke economische herstel ontstond er zelfs krapte op de arbeidsmarkt. Ook mensen in de bijstand vonden een baan. Ruim 41% van de uitstroom uit de bijstand ging naar werk. Sinds 2014 is de uitstroom naar werk niet meer zo hoog geweest.

In zijn voorwoord waarschuwt Divosa-voorzitter Erik Dannenberg wel voor teveel optimisme, ‘gezien de realiteit waarin we ons begin 2022 bevinden. De hoge inflatie – mede door de explosief gestegen energieprijzen – zorgt voor afbraak van de koopkracht van vooral mensen met een laag en middeninkomen en voor een dieptepunt in het consumentenvertrouwen.’

‘Tegelijk is er een structurele vraag op de arbeidsmarkt: elke dag gaan er meer mensen met pensioen dan er van school komen. Dat biedt kansen voor mensen die langer in de bijstand zitten.’

Toch blijft de gemiddelde verblijfsduur van mensen in de bijstand toenemen, blijkt uit de benchmarkcijfers over 2021. Vooral het aandeel van mensen in de bijstand van 45 jaar en ouder blijft gestaag groter worden. Deze groep weegt zwaarder mee in de cijfers naarmate het bijstandsvolume lager is, maar het laat ook zien waar de kansen en uitdagingen voor gemeenten en hun inwoners zitten. ‘We kennen in Nederland veel onbenut en ongekend talent. Ik vind dat we in onze samenleving minder naar leeftijd moeten kijken, en meer naar competenties’, aldus Dannenberg. ‘We kunnen het ons niet veroorloven om 1,6 miljoen mensen aan de kant te laten staan.’

Representatief

De Divosa Benchmark Werk & Inkomen is gebaseerd op cijfers van 226 van de 235 deelnemende gemeenten. Zij vertegenwoordigen zo’n 85% van het bijstandsbestand en 64% van alle gemeenten in Nederland in 2021. Daarmee zijn de cijfers representatief voor heel Nederland. Voor de jaarkaart zijn de cijfers gewogen naar omvang van de gemeente en een landelijk gemiddelde is berekend.

Bijstandscijfers in perspectief

De daling van het bijstandsbestand in 2021 werd veroorzaakt door een forse daling van de instroom in combinatie met een kleine stijging van de uitstroom. De grootste uitstroom zagen we bij uitkeringen van 1 jaar of korter. Verder was er een lichte stijging van het aandeel herinstroom ten opzichte van de totale instroom.

Eind 2021 was 55% van de bijstandsgerechtigden 45 jaar of ouder, tegenover 9% van de bijstandsgerechtigden jonger dan 27 jaar. Het aandeel 55-plussers is sinds 2013 alleen maar toegenomen.

In 2021 daalde bij de meerderheid van de gemeenten (71%) het bijstandsbestand. Voor 7% van de gemeenten bleef het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van 2020 gelijk, voor 22% was er sprake van een stijging van hun bijstandsbestand.

Waarschijnlijk zijn specifieke aan de coronacrisis gerelateerde factoren van invloed geweest op het verschil in de ontwikkeling van het bijstandsbestand tussen grote en kleinere gemeenten. Denk hierbij aan een daling of stijging in werkgelegenheid in specifieke sectoren zoals toerisme en horeca, die sterker vertegenwoordigd zijn in de grotere steden.

Verder was in 2021 de instroom in de bijstand 25%. In 2020 was dit instroompercentage nog 31%. Met deze daling in 2021 kwam een einde aan de stijging die in 2020 het gevolg was van de coronacrisis en de economische tegenwind in dat jaar. In 2021 lag de instroom weer op vrijwel hetzelfde niveau als in 2019. De uitstroom in 2021 was 29%, iets hoger dan de uitstroom vóór de coronacrisis in 2019, die destijds 28% was.

Grote uitstroom naar werk

Belangrijkste reden voor uitstroom uit de bijstand in 2021 was de uitstroom naar werk. Maar liefst 41% stroomde uit naar werk. Een groot deel van de mensen die uit een uitkering stroomden, had relatief kort van die uitkering gebruik gemaakt. 49% van de beëindigde uitkeringen had 1 jaar of korter geduurd. De uitstroom naar school was 4% in 2021. Dat was lager dan in 2020.

9% van de mensen die in 2021 waren uitgestroomd uit de bijstand, stroomde binnen een half jaar opnieuw in. Herinstroom in de bijstand na 1 jaar afwezigheid was 16% in 2021. Zie voor een uitgebreid overzicht van de in-, uit- en herinstroom van de bijstand in de periode 2016 tot en met medio 2021 deze publicatie.

Parttime participatie daalde

Het percentage bijstandsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk daalde in 2021. 7% van de bijstandsgerechtigden had in 2021 inkomsten uit werk naast een bijstandsuitkering. Dit percentage lag in 2020 en in de jaren daarvoor rond de 8%. Het gaat dan meestal om een kleine deeltijdbaan. Omdat deze bijstandsgerechtigden daarmee niet het sociaal minimum verdienen, vult de gemeente hun inkomsten aan tot de bijstandsnorm. Bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk verdienen in 2021 gemiddeld wel meer dan in voorgaande jaren.

Stijgende trend inzet loonkostensubsidie

In 2021 zette de stijgende trend van de inzet van loonkostensubsidie verder door. Mensen met een arbeidsbeperking kunnen daarbij via hun gemeente een beroep doen op ondersteuning om aan het werk te gaan. Voor diegenen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, zetten gemeenten loonkostensubsidie in. De meerderheid van mensen met loonkostensubsidie zit niet in de bijstand. Eén op de vijf van de mensen aan het werk met loonkostensubsidie ontvangt wel een bijstandsuitkering. Zij werken dan parttime en verdienen minder dan de bijstandsnorm. Onder personen met een loonkostensubsidie vallen ook mensen die beschut werk doen.

Het percentage personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet was in 2021 6%. In 2020 was dat nog 5%. De ontwikkeling van het percentage personen met loonkostensubsidie vertoont een stijgende trend van 0,4% in 2015 naar 6,2% in 2021. Dit betekent dat ruim 25 duizend mensen aan het werk zijn met loonkostensubsidie.

Meer lezen over de jaarcijfers van 2021?

Een uitgebreid overzicht van de verschillende jaarcijfers uit de Divosa Benchmark Werk & Inkomen vind je in de Jaarrapportage 2021.

Over de Divosa Benchmarks

De benchmarks Werk & Inkomen, Armoede & Schulden en Statushouders zijn ontwikkeld door Divosa, Stimulansz en BMC Onderzoek. De Divosa Benchmark Werk & Inkomen bestaat sinds 2013. Met de benchmarks kunnen gemeenten hun resultaten meten en vergelijken met andere gemeenten. Daarbij staat leren van elkaar en verbeteren voorop. Kijk voor meer informatie op divosa-benchmark.nl.

Gemeenten kunnen bovendien kosteloos deelnemen aan de Monitor Vroegsignalering Schulden over het opvolgen van vroegsignalen van niet-problematische schulden. Kijk hier voor meer informatie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.