Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Een verbod op bijstandsverlening bij een voorliggende voorziening

Veel geschillen in de rechtspraak over bijzondere bijstand gaan over de toepassing van art. 15 Pw. De gemeente mag geen bijzondere bijstand verlenen als sprake is van een voorliggende voorziening (art. 15 lid 1 Pw). En ook niet als in de voorliggende voorziening de kosten als niet noodzakelijk zijn aangemerkt (art. 15 lid 1 tweede volzin Pw).

21 April 2026

Dat klinkt streng en dat is het ook. Althans in juridische zin. Wat is een voorliggende voorziening? Een wet of regeling die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend wordt geacht. Het gaat om kosten of prestaties die thuishoren in een bepaalde wet of regeling; ze hebben voorrang op de Participatiewet. Voor huurkosten is dat de Wet op de huurtoeslag (Wht) en voor medische kosten de Zorgverzekeringswet (Zvw). Maar iedereen weet dat niet alle medische kosten worden vergoed. En ook de Wht is aan regels gebonden; geen huurtoeslag voor een onzelfstandige woonruimte.

Wanneer worden kosten als niet-noodzakelijk aangemerkt?

Dat is niet altijd eenvoudig te zeggen. Eerst moet duidelijk zijn dat een bepaalde wet of regeling een voorliggende voorziening is in de zin van art. 15 Pw. De kostensoort valt, in beginsel, binnen de reikwijdte van een wet. Dan wordt onderzocht waarom de kosten helemaal niet of niet volledig worden vergoed. Dat mag niet alleen te maken hebben met financiële redenen.

Het komt neer op het volgende. Heeft de wetgever binnen de voorliggende voorziening bewuste beleidsbeslissingen genomen over de noodzaak om kostensoorten niet in de regeling op te nemen? Of om in een bepaalde concrete situatie de kostensoorten niet noodzakelijk te achten? In dat geval moet de Participatiewet zich bij die beslissing aansluiten en mag zo’n keuze niet doorkruisen.

Wet op de huurtoeslag

Zeer recent oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de vraag of de gemeente bijzondere bijstand voor de huurkosten van een onzelfstandige woonruimte mocht afwijzen (art. 15 lid 1 tweede volzin Pw). Dat vroeg ook om een kijkje in rechtsvoorgangers van de Wht; de Wet individuele huursubsidie en de Huursubsidiewet. Was dat in die wetten ook al zo? De CRvB oordeelt dat de wetgever niet alleen om financiële redenen, maar ook om andere redenen telkens de bewuste keuze heeft gemaakt om de huurkosten van onzelfstandige woonruimtes niet te vergoeden. Andere redenen waren bijvoorbeeld: het voorkomen van huurprijsopdrijving en bescherming tegen onredelijke huurprijzen en de omstandigheid dat subsidiëring van onzelfstandige woonruimtes niet doelmatig gecontroleerd kan worden, waardoor het risico op fraude te groot wordt. Het gevolg is dat deze huurkosten niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.

Zorgverzekeringswet

Maar het kan ook anders uitpakken. In 2025 oordeelde de CRvB over een interessante kwestie. Vallen de energiekosten voor het gebruik van hulpmiddelen, zoals een tillift, onder medische kosten? De CRvB ging ook hier terug naar de rechtsvoorganger van de Zvw; de Ziekenfondswet. Het zijn geen medische kosten; maar kosten die onder het normaal gebruik vallen. Daarom worden ze niet vergoed. Volgens de CRvB heeft de wetgever dit van meet af aan voor ogen gehad (Stb. 1966, 3). Deze kosten vallen dus buiten de reikwijdte van de voorliggende voorziening en kunnen wel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.