Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

“Geen quick fix voor de arbeidstoeleiding van statushouders”

Nieuwkomers die de vluchtelingstatus krijgen, mogen in Nederland werken. Toch blijkt het voor nieuwkomers lastig om betaald werk te vinden. Om meer statushouders naar werk of een opleiding te begeleiden, startte Instituut Gak in 2018 het subsidieprogramma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’. Regioplan onderzocht de 31 projecten die binnen dit programma werden opgestart. “Veel deelnemers hebben een flinke stap gezet richting betaald werk.”

18 november 2022

Jeanine Klaver. Foto: Regioplan

Jeanine Klaver is senior onderzoeker op de terreinen integratie & migratie en diversiteit & inclusie. Vanuit die hoedanigheid was ze namens Regioplan (waar ze tot begin 2022 werkte) als projectleider betrokken bij de evaluatie van ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’, vertelt ze. “In 2015 kende Nederland een grote instroom van met name Syrische asielzoekers. Om de arbeidsintegratie van statushouders goed te laten verlopen, zette Instituut Gak dit subsidieprogramma op. Via het programma werden subsidies verstrekt aan maatschappelijke organisaties die zich inzetten om statushouders naar een betaalde baan of reguliere opleiding te begeleiden.”

Grote variëteit

Binnen het programma gingen uiteindelijk 31 projecten (van in totaal 28 organisaties) van start. Regioplan volgde de projecten nauwgezet. Hoe waren die projecten ingericht? Wat leverden ze onder de streep concreet op? En: wat waren de belangrijkste succesfactoren? Via interviews met onder meer projectleiders, werkgevers en statushouders en aanvullend kwantitatief onderzoek ontstond een goed beeld van de werkzame elementen, blikt Klaver terug. “Om te beginnen viel de grote variëteit aan projecten op. De meeste projecten richtten zich primair op de statushouders zélf, maar er waren ook projecten die zich richtten op de werkgevers. Ook richtten de meeste projecten zich niet op één specifieke beroepsgroep, al waren er ook sectoraal gerichte projecten.”

Werkgevers

Dat laatste type project – waarin er vaak ook al in een vroeg stadium werd geschakeld met potentiële werkgevers – scoorde het beste, schetst Klaver. “Deze projecten slaagden er het beste in om de verbinding met de arbeidsmarkt te leggen. De vroegtijdige link met werkgevers was daarin een belangrijke succesfactor.” Ook een goede samenwerking met de gemeente bleek essentieel, vervolgt Klaver. “De gemeente kan behulpzaam zijn bij het vinden van geschikte deelnemers. Daarnaast is het handig om snel met de gemeente te kunnen schakelen bij eventuele obstakels. Zo kwam het voor dat de uitkering van een deelnemer opeens werd teruggevorderd omdat hij opeens te veel zou verdienen – met alle stress van dien. Een kort lijntje met de gemeente en de werkgever kan er in zo’n geval voor zorgen dat je snel een werkbare oplossing kunt vinden voor systeembelemmeringen en soms conflicterende regels, en dat er geen discussie losbarst over de hoofden van de deelnemers heen.”

Landing op de werkvloer

Verder is het belangrijk om aandacht te besteden aan goede landing op de werkvloer, benadrukt Klaver. “Als er geen draagvlak is voor de komst van nieuwe collega’s, levert dat geheid problemen. Besteed daarom voldoende aandacht aan eventuele culturele verschillen in communicatie. En: zorg voor goede begeleiding/coaching voor nieuwe collega’s en bied waar nodig taalondersteuning. Juist in sectoren die al kampen met personeelstekort, bleek het verder vaak lastig om die nazorg goed te organiseren. Denk hier vooraf goed over na als je een statushouder een kans wil geven.”

Arbeidsfit

Overall hebben de 31 projecten zeker bijgedragen aan het ‘arbeidsfit’ maken van deelnemers. Deelnemers hebben via de projecten allerlei nuttige vaardigheden opgedaan, zoals taalvaardighedenverwerving, werknemersvaardigheden, en zelfinzicht en zelfvertrouwen. Ook hebben ze beter inzicht in de Nederlandse arbeidsmarkt en het opleidingssysteem én hebben ze dankzij hun deelname vaak hun netwerk kunnen uitbreiden. Uiteindelijk vond één op de vijf statushouders aan het einde van het programma betaald werk. Bovendien vond 8 procent dankzij het programma een passende opleiding.

Lange adem

Al met al hebben veel deelnemers een flinke stap gezet richting betaald werk. Maar: er is uit de evaluatie geen ‘quick fix’ komen bovendrijven, benadrukt Klaver. “De arbeidsintegratie van statushouders is en blijft, hoe je het ook wendt of keert, een taai traject dat vraagt om een lange adem. Belangrijk is het zoals gezegd met name om vroeg de samenwerking met mogelijke werkgevers op te zoeken. Ook is het cruciaal om al aan de voorkant goed te kijken: wie is geschikt om waar in te stromen? Soms was er ook van meet af aan onvoldoende zicht op de mentale gezondheid van deelnemende statushouders, vaak ook omdat mentale problemen zich pas gedurende het traject manifesteerden. Door te investeren in betere screening aan de voorkant, kunnen statushouders met mentale problemen snel worden doorverwezen naar de juiste instanties óf binnen het project de juiste ondersteuning krijgen.”

Vrouwelijke statushouders

Wat opviel in de projecten is dat vrouwelijke deelnemers verhoudingsgewijs vaker uitstroomden naar een opleiding, en de mannen vaker naar werk. Verder lijkt het erop dat vrouwelijke statushouders vaker specifieke obstakels ervaren. Klaver: “Vrouwelijke statushouders hebben vaak meer zorgtaken en zijn als nareiziger vaak minder goed in beeld bij gemeentelijke dienstverlening richting werk. Ons advies luidt dan ook om binnen projecten meer aandacht te besteden aan deze bijzondere positie; de arbeidsbemiddeling van vrouwen verdient een specifieke aanpak.”

Complex proces

Het begeleiden van statushouders naar werk of opleiding is een complex proces, concludeert Klaver. “Gemeenten zijn verplicht om inburgeringstrajecten duaal vorm te geven, vanuit een combinatie van taal aan de ene, en werk en participatie aan de andere kant. In dat licht kan het vruchtbaar zijn om samen te werken met maatschappelijke organisaties, die de afgelopen periode veel ervaring hebben opgedaan met het begeleiden van statushouders naar werk en opleiding en het bieden van maatwerk daarbij. Met als uiteindelijk doel dat méér statushouders een passende werkplek of opleiding vinden.”

In het eindrapport van Regioplan is meer informatie te vinden over de achtergronden en conclusies van het onderzoek. Lees hier de publieksversie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.