Steeds vaker zien we netwerkzorg als onmisbare schakel op weg naar persoonsvolgende zorg en ondersteuning. Door in netwerken te denken liggen twee ogenschijnlijke uitersten in de zorg - de operatietafel en de burenhulp - ineens dichter bij elkaar dan je zou verwachten. Met alle uitdagingen én kansen van dien.
Maandagochtend, 10 uur. Samen met een collega heb ik afgesproken met een klinisch geriater in een ziekenhuis in het oosten van het land. Een belangrijke uitdaging in zijn ziekenhuis: hoe zorg je ervoor dat ouderen met een gebroken heup na een val zo snel mogelijk worden geopereerd en beginnen aan hun revalidatie? Je vergroot zo de kansen op herstel, maar een snellere doorstroom is ook om andere redenen noodzaak: het ziekenhuis kan de groeiende zorgvraag in de toekomst anders niet aan.
Duidelijk is dat de sleutel tot verbeteren niet alleen in het ziekenhuis zelf ligt: intensieve samenwerking met verpleeghuizen en de thuiszorg is een voorwaarde om snellere revalidatie en succesvol herstel mogelijk te maken. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan: hoe kom je tot optimale afstemming tussen zorgprofessionals die, ieder vanuit hun eigen specialisme, soms verschillende opvattingen hebben over ‘de beste zorg’? Concurrerende organisatiebelangen maken samenwerking er ook niet makkelijker op.
Diezelfde middag zit ik - met een andere collega - aan tafel bij een burgerinitiatief in Oegstgeest dat ouderen helpt langer zelfstandig te blijven, ook als er zorg en ondersteuning nodig is. Hoewel ik me dit vooraf niet realiseerde, bleek dit initiatief zich deels op eenzelfde vraagstuk te richten als de geriater: hoe zorg je na ontslag uit het ziekenhuis voor optimale ondersteuning? Bij thuiskomst na bijvoorbeeld een heupoperatie blijkt de zorg niet altijd ‘naadloos’ op gang te komen.
Het burgerinitiatief werkt daarom aan het opzetten van buurtnetwerken, zodat buren elkaar op zulke momenten weten te vinden om in te springen met hand- en spandiensten. Afstemming met de thuiszorg kan hierbij een grote rol spelen. Wat als thuiszorgmedewerkers om 5 uur de deur achter zich dicht trekken en voelen dat het ‘niet pluis’ is? Op zo’n moment is iedereen geholpen als zij weten welke buur gebeld kan worden om een oogje in het zeil te houden.
Tegelijkertijd is dergelijke afstemming tussen burgerinitiatieven en thuiszorgorganisaties niet altijd vanzelfsprekend. Soms worden burgerinitiatieven juist opgericht uit onvrede met het bestaande aanbod. Thuiszorgorganisaties kunnen op hun beurt burgerinitiatieven als concurrent of bedreiging ervaren, zelfs als ze de meerwaarde van zo’n initiatief erkennen.
Het denken in termen van netwerkzorg laat zien hoe de uitdagingen van de geriater en het burgerinitiatief in elkaars verlengde liggen. Hoe werk je aan het verbinden van zulke diverse partijen, zodat ieder een optimale bijdrage kan leveren aan de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen?