Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0
Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De Participatiewet heeft als doel zoveel mogelijk mensen naar werk toe te leiden. Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Participatiewet.

Opnieuw sprake van overschot op BUIG-budget, maar overschot kleiner dan in 2020

In 2021 hielden gemeenten 260 miljoen over op het landelijk bijstandsbudget. Na aftrek van de kosten voor de vangnetregeling 2019 (13,8 miljoen) blijft er nog 246 miljoen over, 3,8% van het macrobudget. Hiermee is het overschot iets lager dan in 2020, toen het overschot 4,3% was. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van Beeld van de Uitvoering.

Divosa 28 april 2022

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Na de initiële toename van het bijstandsbestand door de coronamaatregelen in 2020, is het aantal bijstandsgerechtigden in 2021 al snel weer afgenomen. Eind 2021 lag het aantal bijstandsgerechtigden lager dan eind 2019.

Als gevolg van deze ontwikkelingen is al begin 2021 gekozen om het gereserveerde budget voor eventuele verschillen op gemeenteniveau door de coronacrisis toe te voegen aan het regulier te verdelen macrobudget. Het definitieve bijstandsbudget kwam hiermee voor 2021 op € 6.385 miljoen. (1)

Ruim een kwart van totaal gemeenten heeft te maken met een tekort op het bijstandsbudget 2021

Behalve dat het landelijk overschot in 2021 in vergelijking met 2020 lager ligt, valt op dat een groter deel van de gemeenten een tekort heeft. Over 2020 had 21% van de gemeenten een tekort, over 2021 had 28% een tekort.

Over de jaren heen blijkt dat de budgetten en uitgaven van gemeenten niet perfect op elkaar aansluiten. Om de oorzaken hiervan beter te duiden, is SZW een onderzoekstraject gestart naar meerjarige tekorten en overschotten. 

De meeste tekortgemeenten behoren tot de categorie gemeenten die, geheel of gedeeltelijk, op basis van historisch aandeel gebudgetteerd worden. Van de kleinste gemeenten (< 15 duizend inwoners) heeft bijna de helft (45%) te maken met een tekort. Dit aandeel is kleiner voor de middelgrote gemeenten (met 27% tekortgemeenten) en voor de grotere gemeenten (> 40 duizend inwoners) is dit minder dan een derde (23%). Hoewel er meer gemeenten met tekorten zijn, geldt voor de meeste gemeenten dat deze tekorten lager dan 5% zijn.

Bij gemeenten die in 2020 te maken hadden met een tekort op het bijstandsbudget, valt op dat bijna twee derde in 2021 opnieuw een tekort had op het budget. Echter, ook 18% van de gemeenten die een overschot hadden op het budget van 2020, had over 2021 te maken met een tekort. Het omgekeerde geldt ook, maar daar zien we wel dat bij de meeste gemeenten die in 2020 een tekort hadden en in 2021 een overschot, het gaat om een klein overschot van maximaal 5%.

In bovenstaande grafiek zijn de cijfers uit de vorige grafiek verder uitgesplitst naar gemeentegrootte (en de daarmee samenhangende verschillen in de financieringssystematiek). Opvallend is dat bijna alle kleine gemeenten die een tekort hadden in 2020, opnieuw een tekort hadden in 2021. Het is hierbij belangrijk om op te merken dat het gaat om slechts 10 gemeenten: door dit beperkte aantal kunnen percentages een vertekend beeld geven.

Ook van de kleine gemeenten met een overschot in 2020, komen de kleine gemeenten het vaakst terug als tekortgemeente in 2021.

In onderstaande grafiek zien we ook dat bij kleine gemeenten een groter aandeel gemeenten sinds 2015 drie of meer jaren te maken had met een tekort. Dit is opvallend, omdat de systematiek zo is dat er bij kleine gemeenten eigenlijk een automatisch correctie op de tekorten te zien zou moeten zijn, en bij middelgrote gemeenten een gedeeltelijke. Voor een deel van de gemeenten lijkt dit dus niet het geval.

Bij de grootste gemeenten die volledig onder het objectieve verdeelmodel vallen, komt het relatief vaker voor dat er gedurende (bijna) de gehele periode sprake was van een tekort of overschot. Op dit moment wordt nader onderzoek verricht naar deze 'uitschieters'. Maar ook voor de kleine gemeenten met het historisch model is verdieping in de oorzaken van langjarige tekorten van toegevoegde waarde.

Per 1 januari 2022 is er een nieuwe financieringsstructuur van loonkostensubsidies. Het is interessant om komend jaar te bekijken of dit leidt tot een verschuiving van tekort- en overschotgemeenten. Immers, gemeenten die relatief veel inzetten op loonkostensubsidie, zouden hier in theorie voordeel van moeten ondervinden.

Dertien gemeenten komen mogelijk in aanmerking voor Vangnetuitkering

In totaal zijn er 104 gemeenten met een tekort op het bijstandsbudget 2021. Het merendeel heeft een tekort onder de 7,5%. 19 gemeenten hebben echter een tekort dat groter is dan 7,5% van hun budget. Hiermee voldoen deze gemeenten aan één van de criteria om in aanmerking te komen voor een vangnetuitkering.

Om in aanmerking te komen voor een vangnetuitkering moet een gemeente niet alleen in 2021 te maken hebben gehad met een tekort van 7,5%, maar moet ook het cumulatief tekort over de 3 voorgaande jaren meer dan 7,5% zijn. De Toetsingscommissie Vangnetuitkering Participatiewet heeft medio maart laten weten dat dit jaar 13 gemeenten mogelijk in aanmerking komen voor een vangnetregeling. Dit aantal is iets hoger dan vorig jaar maar nog steeds lager dan voorgaande jaren. De reden voor dit lage aantal is het overschot op het macrobudget.

Gemeenten die in aanmerking komen voor de vangnetregeling krijgen de helft van hun tekort tussen 7,5 en 12,5% vergoed. Alles boven de 12,5% krijgen zij volledig vergoed. De kosten voor de vangnetregeling worden door gemeenten gezamenlijk gedragen. (2)

    1. Bij de vaststelling van de voorlopige budgetten 2021 is een fout gemaakt in de berekening van de budgetten per gemeente. Deze fout is bij de definitieve budgettoekenning voor 2021 gecorrigeerd. Voor de meeste gemeenten leidde deze correctie tot iets een hoger budgetaandeel. Er zijn vier gemeenten die door de correctie een lager budgetaandeel zouden ontvangen. Dit had het Rijk kunnen corrigeren, maar mede omdat deze gemeenten er fors op achteruit zouden zijn gegaan, besloot het Rijk bij wijze van uitzondering de correctie voor deze vier gemeenten niet door te voeren. Het uitgekeerde bedrag komt daarmee op 6.397 miljoen.

    2. Het bedrag voor de vangnetuitkeringen wordt twee jaar na het tekortjaar (T+2) uit het macrobudget gehaald.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.