Met een PGB kan de budgethouder de geïndiceerde hulp zelf inkopen als wordt voldaan aan de voorwaarden. Maar hoe wordt de hoogte van een PGB vastgesteld?

Regels in de verordening
Zowel in de Wmo 2015 als de Jeugdwet staat dat de verordening regels moet stellen over de PGB-systematiek: hoe de hoogte van een PGB wordt vastgesteld. De bedragen hoeven niet in de verordeningen te staan. In de meeste verordeningen staat dat de hoogte van een PGB een percentage is van het natura-tarief. Het is een afgeleide van het bedrag waarvoor de gemeente de hulp zelf heeft ingekocht. Maar leidt zo’n percentage tot een PGB dat hoog genoeg is?
Wat is hoog genoeg?
De beide wetten schrijven ook voor dat het PGB een toereikend bedrag moet zijn. Het moet dus gaan om een bedrag dat hoog genoeg is om de geïndiceerde ondersteuning bij één partij te kunnen inkopen. Welke hulp geïndiceerd (noodzakelijk) is wordt gedaan bij stap 5 van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. In de contracten met leveranciers van hulpmiddelen op grond van de Wmo 2015 bedingen gemeenten vaak iets extra’s. Namelijk dat een budgethouder het geïndiceerde hulpmiddel ook kan inkopen bij die leverancier. Daar is de PGB-systematiek van de verordening op afgestemd. Volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is het PGB-bedrag dan hoog genoeg.
Soorten voorzieningen en differentiatie
De uitkomst van de PGB-systematiek is afhankelijk van de aard van geïndiceerde voorziening. Dat spreekt voor zich. Bij diensten, zoals begeleiding, is van belang aan welke eisen van vakbekwaamheid degene die de hulp gaat bieden moet voldoen. Tussen professionals kan nog verschil bestaan in de vakbekwaamheid; het is afhankelijk van de aard van de geïndiceerde hulp. Door twee uitspraken van de CRvB in 2025 weten we dat het PGB voor jeugdhulp dat wordt besteed aan personen uit het sociaal netwerk het wettelijke minimumloon mag zijn. Deze uitspraken gelden ook voor de Wmo 2015.
Begripsbepalingen zijn belang
Uit de verordeningen moet blijken wat onder een professional en een niet-professional wordt verstaan. Personen uit het sociaal netwerk zijn een niet-professional; ook als ze voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid, aldus de CRvB. Het is verder van belang dat de verordening voorschrijft welk PGB-bedrag geldt voor personen die geen professional zijn en ook niet tot het sociaal netwerk behoren. Dat wordt weleens vergeten en leidt tot onnodige juridische geschillen.
Wat mag niet
Gemeenten mogen niet in hun verordening bepalen dat de kwaliteitseisen (in brede zin) die voor het natura-aanbod gelden ook van toepassing zijn op het PGB, aldus de CRvB. Voor de eisen van vakbekwaamheid mag dat wel.
Toekennen jeugdhulp via een wettelijke verwijzer
Tot slot. De Rechtbank Overijssel deed in 2025 een interessante uitspraak die gevolgen heeft voor de verordening Jeugdwet. Een wettelijk verwijzer kan een specifieke vorm van jeugdhulp noodzakelijk achten en zelfs een partij noemen die deze hulp zou moeten bieden. In dat geval zal een percentage van het natura-tarief niet genoeg zijn. Mijn advies is om daar een bepaling in de verordening over op te nemen.
