Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Structurele aanpak lange wachttijden jeugdzorg

De jeugdzorg staat onder zware druk. Wachttijden van drie tot soms acht maanden voor jongeren die op de lijst staan om behandeld te worden zijn geen uitzondering en kunnen leiden tot levensgevaarlijke situaties. Ruim een jaar geleden is het Team Aanpak Wachttijden met specialisten van binnen en buiten de zorg in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestart om de wachttijden bij de jeugdzorg terug te dringen.

23 september 2022

Waar liggen de problemen? Hoe zijn die lange wachttijden ontstaan? Jan Menting, Ambassadeur Zorg voor de Jeugd bij het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), waaronder het Team Aanpak Wachttijden valt: “In de gehele jeugdzorg hebben we al jaren te maken met lange wachttijden. In de afgelopen jaren is dit probleem twee keer politiek aangekaart. De eerste keer, toen VWS in 2018 aan het OZJ vroeg om landelijk inzicht in en overzicht van de wachttijden te creëren, moesten we constateren dat we in een decentraal systeem geen basis hadden om wachttijden aan te pakken. Vorig jaar heeft VWS diezelfde vraag opnieuw gesteld aan het OZJ nadat de toenmalige staatssecretaris Jeugd Paul Blokhuis het antwoord op vragen over inzicht in en aanpak van wachttijden schuldig moest blijven.” Toen is besloten om de wachttijdenproblematiek structureel aan te pakken. In het voorjaar van 2021 heeft het ministerie van VWS met de VNG afspraken gemaakt over de inzet van € 255 miljoen voor de aanpak van wachttijden in de specialistische jeugdhulp. Het grootste gedeelte van de € 255 miljoen is verdeeld over de jeugdhulpregio’s via het Gemeentefonds, en een klein gedeelte is naar het OZJ gegaan voor de aanpak van de wachttijden in de jeugdzorg. “Met de extra middelen kunnen de gemeenten stappen zetten om wachttijden lokaal aan te pakken”, aldus Menting. “Een speciaal team van specialisten, ‘Team Aanpak Wachttijden’ van het OZJ, is hiermee aan de slag gegaan vanuit het urgentiebesef en de roep om een duurzame aanpak.”

Taai vraagstuk

Reden voor de vragen aan Blokhuis waren schrijnende gevallen die de Tweede Kamer bereikten. Menting: “Kinderen met suïcidale neigingen bijvoorbeeld, maar ook de combinatie van eetstoornissen en autisme, kunnen leiden tot levensgevaarlijke situaties. Ook is er een toename van zware gevallen waardoor het voor specialisten steeds moeilijker wordt om goede zorg te verlenen.” Wachttijden zijn bovendien voor kinderen en jeugdigen nog problematischer dan voor volwassenen omdat, naast het wachten op adequate hulp, ook de ontwikkeling van het kind dreigt te stagneren. Juriaan Vrind is namens de VNG betrokken bij de aanpak van de wachttijdenproblematiek: “Het is een taai vraagstuk. Hoe zwaarder jij of je gezin in de problemen zit, hoe langer de wachttijden zijn. Als een jong meisje is ingestort en na lang wachten aan de beurt komt bij de kliniek, kan ze inmiddels suïcidaal zijn. Dan moet ze dus weer naar een ander loket omdat dat een contra-indicatie is. Je ziet haar problemen dan verergeren waardoor meer specialistische hulp nodig is, hulp waar de wachttijden ook weer langer voor zijn.” Sanneke Hooft, beleidsmedewerker ministerie van VWS: “We willen meer inzicht krijgen in wachttijden om deze effectiever aan te pakken. Dat was de aanleiding voor de start van de ondersteuning door het OZJ bij het structureel aanpakken van wachttijden in de jeugdzorg.”

Stinkende best

De oorzaken van de wachttijdproblematiek zijn divers en complex, wat een eenvoudige en snelle oplossing in de weg staat. Grote drukte aan de ‘voordeur’, langere duur van de hulp, een krappe arbeidsmarkt en de steeds tragere uitstroom zijn allemaal factoren die meespelen, plus het feit dat bij complexe gevallen niemand ‘eigenaar’ van het probleem is. Iedereen is van goede wil, de jeugdzorg doet haar stinkende best maar is ook weer onderbezet. Onderzoeken wijzen ook uit dat er steeds hogere verwachtingen zijn van kinderen en we als samenleving steeds minder tegenslagen accepteren. En dan kwam er ook nog een keer een pandemie overheen. Door al die factoren heeft de mentale weerbaarheid van veel jongeren een knak gekregen. De oorzaak ligt deels ook bij de decentralisatie van de zorg van Rijk naar gemeenten waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de sturing op jeugdhulp. Er is geen landelijk en overall (in)zicht in wachttijden of wachtlijsten. Door dit gebrek aan data lukt het hen onvoldoende om zelfstandig te sturen. Een accuraat en actueel beeld van wachttijden en wachtlijsten ontbreekt. Ten slotte blijkt uit onderzoek dat de (her)instroom toeneemt en de uitstroom achterblijft. Sanneke Hooft: “Oorzaken van wachttijden kunnen regionaal verschillen. Daarom moet je de oorzaken daar aanpakken waar ze zich voordoen: in de regio.” Ze benadrukt het belang van de deze methodiek: “Het Team werkt vanuit de opvatting dat wachttijden een symptoom zijn van onderliggende oorzaken elders in het systeem.”

Big data

Het Team Aanpak Wachttijden pakt de uitdaging op volgens drie lijnen, altijd samen met de regio en in aansluiting op waar de regio staat. Allereerst is de focus gericht op de basis: big data. Dat zijn gegevens van onder andere doorlooptijden: van het verzoek van aanbieders aan gemeenten om een toewijzing, via de formele zorgtoewijzing door de gemeente en de start van de zorg tot en met de declaratie en het eind van het zorgtraject. Hoeveel tijd zit er bijvoorbeeld tussen het verzoek om toewijzing en de daadwerkelijke toewijzing van de gemeente, of tussen de start van de zorg en de declaratie, et cetera? Betere informatie leidt tot een gerichtere en meer doelmatige aanpak. Een belangrijke rol bij het boven tafel krijgen van de big data ligt bij het ‘Ketenbureau i-Sociaal domein’, onderaannemer van het OZJ binnen de Aanpak Wachttijden. Dit bureau is verantwoordelijk voor het analyseren van de beschikbare data. Met name de privacywetgeving en juridische drempels hebben het beschikbaar stellen van de nodige data vertraagd, maar inmiddels worden voorbereidingen getroffen data te verwerken in een ‘dashboard’ voor gemeenten. De inzichten die worden verkregen via de data kunnen gemeenten gebruiken voor een goede dialoog met de jeugdhulpaanbieders. Zij kunnen daardoor meer gezamenlijke verantwoordelijkheid en grip krijgen op wachttijden. Dit stelt de gemeente in staat om beter te sturen op wachtlijsten en wachttijden.

Systeemontwerp

Een tweede lijn is het zoeken naar essentiële componenten voor duurzame, dus structurele verbeteringen per regio. Hierbij wordt de oplossing niet gezocht in het bestrijden van symptomen, maar in het aanpakken van de oorzaken van de wachttijden: onnodige instroom, ineffectieve of onnodige zorg en achterblijvende uitstroom. Het Team Aanpak Wachttijden werkt samen met drie pilotgemeenten Rijnmond, Hart van Brabant (onder andere Tilburg, Oisterwijk en Waalwijk) en Eindhoven gefaseerd aan concrete oplossingen voor de lokale wachttijdenproblematiek. Met behulp van een leernetwerk worden de lessen die hieruit getrokken worden niet alleen binnen de regio doorgevoerd, maar komen ook beschikbaar voor andere regio’s. Een voorbeeld is het installeren van een ‘ketencoördinator’ die zorgt voor een betere en doelmatigere samenwerking tussen de behandelende partijen en regio’s, niet alleen op de korte maar vooral op de langere termijn. Team Aanpak Wachttijden wil samen met de regio komen tot een duurzaam wachttijdenbeleid waar zij meerjarig mee aan de slag kan. Middels het leernetwerk blijft de regio aangesloten op de landelijke ontwikkelingen.

Specifieke casussen

Een derde lijn is de directe inzet van een klein team bij specifieke casuïstiek in de regio. Het volgen, begeleiden en analyseren van specifieke casussen biedt zowel het Team Aanpak Wachttijden als de regio en jeugdhulpaanbieders inzicht in lokale oorzaken van wachttijden. De focus ligt niet alleen op complexe gevallen maar op verschillende plekken waar zich oorzaken van wachttijen voordoen, zowel bij de toegang tot de jeugdzorg als in het vervolgtraject. Cruciaal bij de aanpak van het Team is het zoeken naar draagvlak bij zowel gemeenten, zorgprofessionals, jeugdhulpaanbieders als jeugdigen en gezinnen. Om die reden werkt het Team samen met alle betrokken partijen bij de analyse van specifieke casussen.

Regionale samenwerking cruciaal

Menting verwacht dat alle 42 regio’s van Nederland de komende vier jaar het wachttijdenbeleid structureel, dus voor langere tijd, in hun eigen gebied vorm kunnen geven. “We zijn gestart op die plekken waar we direct aan de knoppen kunnen draaien. Het is learning by doing, direct in de praktijk aan de slag gaan, bijvoorbeeld met het eerste contact tussen de wijkteams en de mensen die zorg aanvragen. Stel je dan al niet direct de goede vragen, dan kan het voorkomen dat een kind drie maanden of een half jaar op wachtlijst A staat terwijl dat eigenlijk wachtlijst B moet zijn. Een andere knop waaraan je kunt draaien is de regionale samenwerking. Het probleem van een te lange wachtlijst voor bijvoorbeeld angststoornissen in een bepaalde regio zou misschien elders al wel kunnen worden opgelost.” Meer samenwerking, ook tussen regio’s, lijkt dus cruciaal te worden bij de structurele oplossing van de wachttijdenproblematiek. Hooft: “Het Team werkt nauw samen met gemeenten, jeugdhulpaanbieders en professionals. Data wordt geanalyseerd en geduid, van casuïstiek wordt geleerd. Opgedane inzichten worden gedeeld zodat regio’s van elkaar kunnen leren.” Jeannet Coens, programmacoördinator bij OZJ: “In feite gaat het om het scheppen van een vertrouwensband onderling. Maak je eigen organisatorische belangen ondergeschikt aan die van de mensen die wel kunnen helpen. Kijken waar we de vraag het beste kunnen onderbrengen is veel effectiever dan alsmaar sleutelen aan de capaciteit op één plek.”

Optimisme

Ook Vrind benadrukt een verdergaande samenwerking tussen jeugdzorgregio’s en gemeenten. Hoever de regionale samenwerking moet gaan, is moeilijk te zeggen, vindt hij: “Als je in Dordrecht woont wil je in Dordrecht geholpen worden, niet in Rotterdam. Met uitzondering van specialistische zorg. Daar is de oplossing ingewikkelder en is de zorg minder beschikbaar.” Optimisme heeft de overhand bij Vrind. “De ontsluiting van de data ging langzamer dan we hadden gehoopt, maar kijk je naar het geheel dan zien we toch mooie dingen gebeuren. Zo werken in Rijnmond projectleiders van zowel jeugdhulpaanbieder als gemeente samen. Daar zijn we als gemeenten niet dirigent maar we staan wel op het podium.” Hooft: “Uiteindelijk is het doel dat partijen in de regio’s zelf duurzaam wachttijdbeleid vormen en beter in staat zijn te sturen op wachttijden. Als VWS verwachten we niet dat alle wachttijden van vandaag op morgen worden opgelost, dat is niet reëel, maar wel dat de achterliggende oorzaken aangepakt worden, structureel en duurzaam. Daarvoor is een verandering nodig van het systeem. Dat gaat niet van de een op andere dag dus dat vraagt volharding, ook van VWS. Met de regionale kennis willen we op landelijk niveau inzicht in en overzicht van wachttijden krijgen zodat ook wij kunnen sturen op het jeugdzorgstelsel. Beter inzicht in de werking van het jeugdzorgstelsel is dan ook een van de randvoorwaarden voor de hervórmingen in het jeugdzorgstelsel.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.