Het kabinet Jetten geeft een brevet van onvermogen af bij de invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Nadat al snel na de invoering van het abonnementstarief in 2020 bleek dat dit een sterk aanzuigende werking heeft op het gebruik van Wmo-voorzieningen -vooral onder hogere inkomens- draalt zij met de herinvoering hiervan. Uit de financiële tabellen van de Voorjaarsnota blijkt opnieuw uitstel naar 2028. Dit terwijl de Wmo-kosten zijn opgelopen tot ruim 6 miljard euro en erin steeds meer gemeenten wachtlijsten voor de Wmo ontstaan. Daarom dient de politiek vast te houden aan invoering volgend jaar.

Sterke stijging Wmo na abonnementstarief
Sinds 2020 geldt voor de Wmo een vast abonnementstarief van pakweg twee tientjes per 4 weken voor iedereen, ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Bij invoering destijds was veel discussie. Veel gemeenten protesteerden en de Raad van State (RvSt) was buitengewoon kritisch. Dit adviesorgaan verwachtte dat een vast tarief tot veel extra aanvragen leidt, vooral voor de huishoudelijke hulp. Deze verwachting bleek terecht. Al snel na de invoering bleken de aantallen fors op te lopen. Zo verdubbelde in de gemeente Amsterdam binnen twee jaar het aantal Wmo-aanvragen. Bijna alle politieke partijen met uitzondering van de PVV lieten in hun verkiezingsprogramma’s in 2021 opnemen terug te willen naar een inkomensafhankelijk systeem. Het Regeerakkoord van Rutte IV in 2022 was glashelder. Een vast abonnementstarief is “oneerlijk” en leidt tot een stijgend gebruik van de Wmo-voorzieningen. En uiteindelijk leidt dit ertoe dat de beschikbaarheid van Wmo-voorzieningen voor iedereen onder druk komt te staan.
Vooral arbeidsmarkt gaat knellen
Nu gaat deze discussie niet alleen om geld. Het abonnementstarief laat ook zien dat de arbeidsmarkt steeds meer knelt met als gevolg lange wachtlijsten. De menskracht voor het uitvoeren van deze regeling is eenvoudigweg niet aan te slepen. Dit is niet zo vreemd als we ons realiseren dat sinds 2019 het gebruik van de huishoudelijke hulp met bijna een derde is gestegen en bij de hogere inkomensklasse zelfs verdubbeld. Het is alleszins te begrijpen dat gemeenten dit snel terug willen draaien, ook omdat vooral de lagere inkomens de dupe worden. Bij deze groep stijgt het gebruik dan ook amper.
Coalitieakkoord ging nog uit van 2027
Bij de start van het kabinet Rutte IV gingen alle partijen ervan uit dat gemeenten per 2025 weer een inkomensafhankelijke bijdrage kunnen vragen. De val van Rutte IV gooide roet in het eten en leidde tot vertraging. Wel diende in mei 2024 de demissionaire Staatsecretaris voor Langdurige Zorg van Ooijen (CU) een wetsvoorstel in bij de RvSt. Dit adviescollege herkende het belang van spoedige invoering en kwam op 28 augustus met een advies gericht op invoering in 2026. Staatssecretaris Maeijer (PVV) liet dit advies vele maanden op haar bureau liggen om vervolgens eind 2025 doodleuk aan te geven dat herinvoering niet eerder dan in 2027 kan. Uit de financiële bijlage van het coalitieakkoord Aan de slag bleek dat eindelijk invoering per 2027 plaatsvindt. Overigens bevat het coalitieakkoord ook een voorstel om de Wmo-maatwerkvoorzieningen per 2029 te schrappen.
Risico dat verder uitstel opdoemt
Onbegrijpelijk is dat net aangetreden Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Sterk (CDA) de discussie over het schrappen van de maatwerkvoorziening aangrijpt om dit wetsvoorstel uit te stellen en een tegenvaller van bijna driehonderd miljoen euro voor lief neemt. Op de eerste plaats omdat de oplopende wachtlijsten nu om maatregelen vragen en uitstel betekent dat gemeenten nog meer in de knel komen. Op de tweede plaats omdat beide voorstellen los van elkaar bezien moeten worden én het voorstel tot herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage op brede politieke steun kan rekenen. Zo geeft de grootste oppositiepartij GroenLinks-PvdA aan dat zij de herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage steunt, maar keert zich tegen het schrappen van de maatwerkvoorziening. De aangebrachte koppeling heeft dus een levensgroot risico dat verder uitstel na 2028 opdoemt.
Wetsvoorstel ligt klaar om in te voeren
Een kabinet dat zegt te willen aanpakken zou er goed aan doen om het wetsvoorstel uit 2024 met inachtneming van het RvSt-advies gewoon in te dienen. Zo wil de RvSt dat het kabinet ‘uitgebreider’ motiveert waarom het kabinet volstaat met een eigen bijdrage van maximaal 298 euro per maand. Nog verstandiger is om dit bedrag gewoon te verhogen. Daarmee wordt ook een ander probleem opgelost. Dit voorkomt ook dat het Rijk en de VNG in discussie gaan over de korting op het gemeentefonds als de inkomensafhankelijke bijdrage weer wordt ingevoerd. Volgens de VNG is de korting te hoog en wil zij extra gecompenseerd krijgen voor de Wmo.
