Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Waarom de wijkverpleging wordt uitgehold ondanks ‘zwarte cijfers’

De tijd van contractering breekt weer aan. Zorgverzekeraars sluiten nieuwe contracten met zorgorganisaties voor het jaar 2023. Ze moeten voldoende zorg inkopen voor hun klanten. Zorgorganisaties klagen al jaren dat de tarieven in de wijkverpleging krap zijn. Toch worden er ieder jaar contracten afgesloten, gaat de zorg aan cliënten gewoon door, krijgen zorgmedewerkers hun loon, en verandert er ogenschijnlijk niks. Maar achter de optisch zwarte cijfers van veel zorgorganisaties, is er al jaren een stille afbraak bezig van de wijkverpleging. De race naar de bodem wordt uitgelegd in vijf vragen aan Jeroen van de Oever, woordvoerder van de ActiZ kerngroep Zorg Thuis en directievoorzitter van zorgorganisatie Fundis.

ActiZ 29 augustus 2022

1. De zorgorganisaties die onder meer wijkverpleging bieden, maken doorgaans geen verlies. Toch wordt er geklaagd over tarieven die niet toereikend zijn en een slechte financiële positie. Hoe kan dat?

‘Bij veel zorgorganisaties die ook verpleeghuiszorg leveren kan het instellingsresultaat nog wel positief zijn omdat het een optelsom is van beide sectoren. Zwarte cijfers zijn voor zorgorganisaties noodzakelijk om kredietwaardig te blijven. Dit wordt door banken en het Waarborgfonds Zorg op allerlei criteria jaarlijks getoetst. Rode cijfers wil je voorkomen, want dat betekent direct nog minder of helemaal geen ruimte voor nieuwe investeringen. Zodra er rode cijfers dreigen, moet er daarom al worden bijgestuurd. Maar reken maar dat veel leden van ActiZ negatief draaien op de wijkverpleging en dat zij de kwaliteit van hun organisatie daardoor achteruit zien gaan. Denk bijvoorbeeld aan het uitstellen (of zelfs afstellen) van opleidingstrajecten, investeringen in thuiszorgtechnologie of verduurzaming. Ook komen de zaken die wel nodig zijn voor goede zorg, maar geen geld opleveren, onder druk te staan. Denk aan coördinatie en afstemming met ketenpartners in de zorg.’

‘In de wijkverpleging is de financiële speelruimte klein, want het wordt enkel bekostigd uit de tarieven die zorgorganisaties krijgen voor de directe uren zorg die aan de cliënten wordt geboden. In theorie zou je dekkende opbrengsten kunnen krijgen door de kosten door te berekenen aan zorgverzekeraars in tarieven die alle kosten dekken, maar die willen dat veelal niet betalen. Uit angst dat de zorgverzekeraar dan naar een andere zorgaanbieder gaat (die wel onder de kostprijs levert), tekent men dan toch maar. Of er wordt gekozen voor het bieden van meer zorguren aan meer cliënten, maar dat betekent dat je meer werkdruk creëert voor je zorgmedewerkers of meer medewerkers in dienst moet nemen en de kosten dus ook toenemen. Beiden wil je liever niet. Dat verklaart dus dat veel aanbieders ondanks een slechte financiële situatie toch steeds weer tekenen voor een contract met eigenlijk te lage tarieven.'

2. Waarom sluiten zorgorganisaties contracten met zorgverzekeraars die niet financieel rendabel of toekomstgericht zijn?

‘In theorie kan dat, maar je wilt dat natuurlijk voorkomen. Ongecontracteerde zorg krijgt niet alleen lagere tarieven, maar je wilt als zorgorganisatie ook afspraken maken met zorgverzekeraars over de inzet van thuiszorgtechnologie of bijvoorbeeld wijkgerichte preventie. Dat vraagt om regionale afspraken, vaak in de zorgketen, want de wijkverpleging kan je immers niet los zien van ziekenhuiszorg of huisartsenzorg. Dit soort afspraken leg je graag vast in contracten. Helemaal stoppen met wijkverpleging is ook geen optie, want dat is maatschappelijk volstrekt onverantwoord.’

‘Door de lage tarieven aan de ene kant, de stijgende vraag naar zorg en behoefte aan afstemming in de regio en de keten wordt de spanning steeds groter. Tot het elastiek knapt. En dat kan niet, want zonder wijkverpleging loopt de zorg onherroepelijk vast. Mijn persoonlijke mening is dat het toch het verstandigste is om pas akkoord te gaan met een contract als het past in de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder. Uiteindelijk zal een verzekeraar ook moeten begrijpen dat het niet mogelijk is.

“Helemaal stoppen met wijkverpleging is geen optie, want dat is maatschappelijk volstrekt onverantwoord” – Jeroen van den Oever, ActiZ kerngroep Zorg Thuis

3. Wat is het gevolg van te krappe tarieven?

‘Het belangrijkste gevolg is dat er geen investeringen in de wijkverpleging en haar medewerkers worden gedaan of dat innovatieve projecten worden uitgesteld. Er is nu vaak geen geld voor voldoende opleidingen, goede afstemming en samenwerking, investeringen in ICT voor bijvoorbeeld overdrachten en informatie-uitwisseling of investeringen in thuiszorgtechnologie. Tenzij een zorgorganisatie intern met financiële middelen kan schuiven en er bijvoorbeeld geld uit andere zorgvormen wordt gebruikt. Maar dat is niet wenselijk, want dat is korte termijn-politiek en ook niet altijd mogelijk.’

‘En het ingewikkelde is dat lage tarieven door blijven werken. In tegenstelling tot veel andere zorgsectoren stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) voor het gros van de wijkverpleging geen 100 procent tarieven vast. Er is dus niet ieder jaar een objectief startpunt voor onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgorganisaties. Nee, het tarief dat het jaar ervoor was afgesproken is startpunt voor het jaar daarop, waardoor eenmaal doorgevoerde tariefskortingen nagenoeg nooit meer wordt ingehaald. De race naar de bodem...’

4. Wat merken en cliënten en medewerkers van die krappe budgetten?

‘Zorgmedewerkers in de wijk merken dit al jarenlang. Ze hebben te maken met een hoge werkdruk, krijgen weinig tijd voor hun eigen professionele ontwikkeling, voor opleiding of bij- en nascholing. Alle focus ligt op directe zorgverlening, want die wordt vergoed. Aandacht van een leidinggevende of coördinator is er nauwelijks, want dat is een tijd waar geen vergoeding tegenover staat. Zorgorganisaties kunnen dat lang niet altijd zelf betalen. Maar dit is niet vol te houden. De ondergrens is bereikt.’

‘Cliënten hebben er lange tijd weinig of niets van gemerkt, met grote dank aan de loyaliteit van de zorgprofessionals. Maar we zien dat cliënten het nu ook merken. Er is minder wijkverpleging beschikbaar, mensen moeten langer zoeken voordat ze geholpen kunnen worden of ze krijgen gewoon ‘nee’ te horen. En er wordt heel kritisch gekeken naar de geïndiceerde zorguren: wat is het absolute minimum? De tijd is aangebroken dat het anders moet (en anders kan) met meer aandacht voor preventie, positieve gezondheid, reablement en met vertrouwen in zorgprofessionals. Maar dat vraagt eigenlijk om een andere bekostiging dan nu met uurtarieven die vrijwel uitsluitend gebaseerd zijn op loonkosten in het ‘uurtje-factuurtje systeem.’

“Ik hoop van harte dat de contractering van de wijkverpleging vanaf 2023 gericht wordt op de grote opgave die we samen hebben voor de toekomst” – Jeroen van den Oever, ActiZ kerngroep Zorg Thuis

5. Wat is de oplossing?

‘Als Nederland hebben we een gigantische opgave. De vergrijzing van onze inwoners betekent dat veel meer mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen, met hulp en ondersteuning van hun omgeving en eventueel van zorgprofessionals. In deze opgave kunnen wijkverplegingsorganisaties én zorgverzekeraars mensen helpen: we hebben een gedeeld belang. Maar voelen zorgverzekeraars dat ook voldoende? Het zou hen niet alleen om de doelmatigheid moeten gaan, maar ook om de toekomst van de sector. Ze moeten veel meer de dialoog aangaan met zorgorganisaties in de contractering en kijken wat echt nodig is voor de toekomst van de wijkverpleging (en daarin medeverantwoordelijkheid nemen). Ook zorgverzekeraars hebben een verantwoordelijkheid op het gebied van de arbeidsmarkt in de wijkverpleging, op het vlak van opleiding, aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van het vak.’

‘Een nieuwe bekostiging wijkverpleging kan daarbij overigens helpen, als daarin wordt afgestapt van het ‘uurtje-factuurtje systeem’, en in tarieven ook andere elementen worden opgenomen die noodzakelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan tijd die nodig is voor afstemming en samenwerking tussen de zorgprofessionals, bezetting van de avond-, nacht- en weekenden, preventieprojecten in de wijk en de opleiding van wijkverpleegkundigen. De blik is nu voornamelijk korte-termijn gericht op doelmatigheid en tarieven, waarbij de contractering beperkt wordt tot (al dan niet volledige) indexatie voor loon- en prijsontwikkelingen. Dat moet echt nu worden veranderd, voordat de wijkverpleging nog verder wordt uitgehold. Ik hoop van harte dat de contractering vanaf 2023 gericht wordt op de grote opgave die we samen hebben voor de toekomst. Dat is noodzakelijk voor de maatschappij, en dus goed voor de verzekerden, en voor onze cliënten en medewerkers.’

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.