Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Waarom we (nog) weinig weten over de mentale gezondheid van jongeren

De mentale gezondheid van jongeren in Nederland staat onder druk. Dat stelt althans het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2021 was 18 procent van de 12- tot 25-jarigen psychisch ongezond, terwijl het 2019 en 2020 nog ging om 11 procent. Jongeren voelden zich onder andere vaker neerslachtig en somber. Deze conclusie over de staat van de mentale gezondheid van de jeugd lijkt eenduidig. Alsof we hiermee de mentale gezondheid van jongeren goed in kaart hebben gebracht. Maar de realiteit is weerbarstiger, en we weten vooral nog veel niet.

28 juni 2022

Door de coronacrisis is de aandacht voor mentale gezondheid van jongeren enorm toegenomen. En dat is ook wel begrijpelijk. De verschillende maatregelen om het virus in te dammen hadden (en hebben) een negatieve invloed op de lichamelijke en mentale gezondheid van veel jongeren. Uit een systematische overzichtsstudie van nationale en internationale literatuur bleek dat, vergeleken met het tijdperk van vóór COVID-19, veel jongeren tegenwoordig vaker last hebben van eenzaamheid en angst- en somberheidsklachten (o.a. Nivel & RIVM, 2022).

Dit komt overeen met de conclusie van het CBS en leidde onder andere tot een groter beroep op de jeugd-GGZ. De toch al lange wachtlijsten werden daardoor nog langer (Liefaard et al., 2020). Hoewel langzaam maar zeker de consequenties van de coronapandemie, en de bijbehorende maatregelen, op de mentale gezondheid van jongeren zichtbaar worden, is een volledig, realistisch en landelijk overzicht echter nog lang niet compleet.

Welke gegevens ontbreken?

Hoewel met de cijfers van het CBS de ontwikkeling van psychische klachten inzichtelijk worden gemaakt, vertellen deze cijfers ons bijvoorbeeld niets over psychische stoornissen. Jongeren met een verhoogde score op psychische klachten vormen een gemengde groep van personen met klachten of een stoornis. In Nederland zijn er geen landelijk representatieve gegevens over de prevalentie, beloop en gevolgen van psychische stoornissen (Nuijen et al., 2018). We hebben daarmee het volledige spectrum van de mentale gezondheid – van welbevinden tot het ervaren van klachten tot het hebben van een stoornis – van de jeugd niet goed in beeld. Zo weten we niet hoeveel procent van de jeugd een depressie, ADHD of een gedragsstoornis heeft.

Ook zijn er, door de overheveling van de jeugd-GGZ naar gemeenten sinds 2015, geen landelijk beschikbare gegevens meer over cliënten tot 18 jaar in de Generalistische Basis-GGZ en Specialistische GGZ (Nuijen et al., 2018). Hierdoor is er een algemeen gebrek aan inzicht in de zorgprocessen en de mechanismen die uiteindelijk leiden tot bepaalde uitkomsten. Het gaat daarbij om gegevens over toegang, inhoud, continuïteit, coördinatie en volledigheid van de zorg. Daarnaast is er weinig tot geen inzicht in (belemmeringen bij) verwijsprocessen, behandelbeslissingen, samenwerkingsverbanden en/of consultatiestructuren.

Ook de World Health Organization (WHO) kwalificeert Nederland als één van de landen die geen schattingen kan maken over het percentage jongeren onder de 18 jaar dat door een GGZ-professional wordt behandeld voor ADHD, autisme of een depressie. Het aantal uitgeschreven recepten tegen deze stoornissen wordt evenmin in kaart gebracht (WHO, 2022).

Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat de data van het CBS over psychische klachten niet waardvol zijn. Integendeel, ze vormen een belangrijk stukje van de puzzel en laten zien dat een deel van de jongeren kwetsbaar is voor psychische problemen. Die groep lijkt bovendien door de jaren heen groter te zijn geworden. Maar het is precies deze kwetsbare groep waar we dus geen duidelijk beeld van hebben.

Waarom is een gebrek aan gegevens problematisch?

Als we niet in staat zijn om de psychische problemen en stoornissen van jeugdigen en de zorg hieromtrent adequaat te monitoren, is het moeilijk om antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • welke jongeren lopen het meeste risico op psychische aandoeningen?

  • Wat zijn de risicofactoren voor de ontwikkeling van psychische stoornissen?

  • Welke jongeren komen in de geestelijke gezondheidszorg terecht vanwege een psychische stoornis en welke jongeren komen in de zorg zonder een daadwerkelijke stoornis?

  • Welke zorg is nodig?

  • Wat is de kwaliteit en effectiviteit van de zorg?

Door inzicht te krijgen in deze zaken, zijn we beter in staat om een goede preventieve aanpak vorm te geven. Daardoor weten we beter welke jongeren het meeste baat hebben bij dergelijke preventieve interventies. En bovenal houden we zo zicht op de zorg rondom de jeugd en wat hiervoor nodig is. Maar wat is er nodig?

De huidige onderzoeksprogramma's en subsidies zorgen voor versnippering bij het verzamelen van gegevens. De meeste initiatieven op het gebied van gegevensverzameling zijn gericht op de korte termijn, vaak gerelateerd aan de tijdelijkheid van het project waarbinnen de gegevens worden verzameld. Gegevens over de resultaten op lange termijn – bijvoorbeeld de resultaten van geestelijke gezondheidszorg voor jongeren op latere leeftijd – ontbreken vrijwel volledig.

Ministeries en subsidieverlenende instanties moeten nauwer samenwerken om versnippering te voorkomen en te werken aan een duurzame gegevensinfrastructuur. Daartoe moet worden nagegaan welke verbanden er mogelijk zijn tussen verschillende datasets en monitors over de jeugdzorg. Waar zit overlap? En voor welke vragen kunnen bestaande data worden gebruikt? Landelijk georganiseerde middelen zijn nodig om te inventariseren welke gegevens er al zijn, om deze gegevens waar mogelijk en nodig te harmoniseren, en om de verschillende data-initiatieven bij elkaar te brengen.

Daarnaast wordt veel dataverzameling lokaal georganiseerd en ontbreekt vaak de mogelijkheid om een nationaal overzicht van processen en uitkomsten te geven. Hierdoor wordt het potentieel om van elkaar te leren onvoldoende benut. Om op een wetenschappelijk verantwoorde manier in de jeugdzorg te kunnen werken, en om effectief beleid te kunnen maken, is een robuuste kennisinfrastructuur nodig, inclusief een goed functionerende landelijke digitale data-infrastructuur voor mentale gezondheid.

Concreet zou er een data-ecosysteem ontwikkeld moeten worden voor het volgen van de ontwikkeling en het mentaal welbevinden van alle kinderen en jongeren, waarin de impact van de jeugdzorg ook in beeld wordt gebracht. Daarbij zou gebruik gemaakt moeten worden van meetinstrumenten en monitoringsystemen die op uniforme en betrouwbare wijze zorgprocessen en psychiatrische epidemiologische uitkomstmaten vastleggen. Dit ecosysteem moet het ook mogelijk maken om lokale zorgprocessen en -uitkomsten op een adequate manier te vergelijken met nationale zorgprocessen.

Conclusie

Gelukkig lijkt er een toegenomen gevoel van urgentie te zijn met betrekking tot het adequaat monitoren van de mentale gezondheid van jeugd en de bijbehorende zorg. UNICEF Nederland en de Nationale Kinderombudsman pleiten ook voor betere data- en monitoringsystemen met betrekking tot de mentale gezondheid van kinderen en jeugdigen. Monitoring is ook een onderwerp in de voorgenomen hervormingen van de jeugdzorg en in de voorgenomen Nationale Aanpak Mentale Gezondheid vanuit de overheid. Het is te hopen dat de adviezen en investeringen, zoals hierboven zijn beschreven, worden meegenomen in deze ontwikkelingen, en dat we samen gaan werken aan een duurzaam data-ecosysteem op het gebied van mentale gezondheid.

Referenties

Nivel & RIVM (2022). De gevolgen van de coronapandemie voor de gezondheid en het welzijn van de jeugd: Een systematische literatuurstudie. Utrecht: Nivel.

Nuijen, J., Bon-Marten, M. van, Graaf, R. de, Have, M. ten, Poel, A. van der, Beurs, D. de, Nielen, M., Verhaak, P., Voorrips, L. Zicht op depressie: de aandoening, preventie en zorg. Themarapportage van de Staat van Volksgezondheid en Zorg Utrecht: Trimbos, 2018.

Liefaard, T., Helbing, S., Schmidt, S., Leeuw, S. D., Bikker, M., Knaap, M., & Kokx, S. (2020). Coronacrisis en kinderen en jongeren in Nederland. Een inventarisatie van de impact van de coronacrisis op kinderen en jongeren in Nederland. Den Haag: Unicef.

WHO (2022). Child and adolescent health in Europe. Report on progress in 2021, to be published in 2022.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.