Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Werken aan integraal jeugdbeleid in Almere: een ontdekkingstocht

Enige jaren terug constateerde de gemeente Almere dat de bestaande aanpak voor de doelgroep kwetsbare jongvolwassenen kracht en integraliteit miste om jongeren ‘duurzaam en effectief te ondersteunen’. Er moest iets veranderen. In 2016 introduceerde de gemeente een integraal beleidsplan voor het sociaal domein, ‘veranderen wat nodig is’, waarin kwetsbare jongvolwassenen bijzondere aandacht krijgen. Almere wil “kwetsbare jongeren tussen de 16 en 27 jaar helpen de stap naar volwassenheid te zetten door ze op een krachtige, samenhangende manier te ondersteunen, met oog voor alle levensdomeinen”.1 Hoe geeft Almere in de praktijk vorm aan deze ambitie? Een gesprek over de ontdekkingstocht van integraal beleid naar organiseren en uitvoeren.

7 juni 2018

Interview met Jan-Pieter Kleijburg, Michiel van Essen en Merel Knoppe.

Kwetsbare jongvolwassenen

In Almere wonen circa 25.000 jongeren die in de overgangsfase zitten van jeugd naar volwassenheid. Voor het merendeel van deze jongeren verloopt de overgang zonder problemen. Er zijn echter jongeren die ondersteuning nodig hebben om succesvol de stap naar volwassenheid te zetten. In het beleidsplan ‘veranderen wat nodig is’ worden de kaders geschetst voor een samenhangende en integrale ondersteuning.

Jan-Pieter Kleijburg: Het beleidsplan is redelijk innovatief. Het volgt een levensfasebenadering. Je hebt het jonge kind, de jongvolwassene en de oudere doelgroep. Waar we in het verleden nog wel een beleidsplan per domein konden opstellen (jeugd, armoede, werk), proberen we vanuit de levensfasebenadering de verschillende domeinen bij elkaar te brengen. Een bewoner heeft niets aan domeinen, die heeft alleen iets aan de eindoplossing. Vanuit elk domein wordt als het ware een belofte gedaan om samen te werken in de levensfasen.

Michiel van Essen: Het beleidsplan staat heel mooi op papier en dan volgt het uitvoeren, dat is vers twee. We zijn nu volop bezig om daar op een integrale, programmatische manier aan te werken. Dat houdt in dat we ons richten op een aantal verschillende acties, waarmee hetzelfde overkoepelende doel wordt nagestreefd: ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie in hun stap naar volwassenheid. Een aantal zaken wordt in samenhang opgepakt, zoals gesprekken met de doelgroep, de samenwerking met partners en het monitoren van de voortgang.

Hoe hebben jullie het organisatorisch ingericht?

Merel Knoppe: Almere is dusdanig groot dat je niet het gehele sociaal domein bij één wethouder kunt leggen. Er is een grote kans dat ook in het nieuwe college meerdere wethouders te maken hebben met de sociale vraagstukken.

Jan-Pieter Kleijburg: We kunnen natuurlijk niet alles volledig integraal organiseren. Dat is een herkenbaar knelpunt in heel veel gemeenten. Je hebt altijd te maken met een structuur. We kunnen niet één bestuurder voor een budget van meer dan €300 miljoen verantwoordelijk maken. Er is altijd een ‘knip’. Bijvoorbeeld de knip tussen de leeftijdsgrens van 27 naar 28, de knip tussen gemeentelijke verantwoordelijkheid en de Wet Langdurige Zorg (Wlz), of de overgang van jeugd-ggz naar ggz voor volwassenen. Binnen het stadhuis proberen we het vraagstuk integraal organiseren op te lossen door niet alleen te kijken naar de structuur van afdelingen, maar vooral door te kijken hoe we de organisatie slim kunnen inrichten. Zo hebben we een programma sociaal domein dat verantwoordelijk is voor het realiseren van de grote transformatie-opgaven in het sociaal domein. Binnen het programma hebben we als één van de interventies een overlegtafel ingericht waar de grote integrale vraagstukken, die meerdere afdelingen en/of externe organisaties raken, inhoudelijk besproken worden. We noemen dit overleg de programmatafel sociaal domein.

Een integraal beleid, hoort daar ook niet een integraal budget bij?

Michiel van Essen: We hebben verschillende trajecten die zich richten op jongeren zonder startkwalificatie. Eén traject wordt bijvoorbeeld vanuit participatiebudgetten gedekt en een ander traject vanuit een budget voor zwerfjongeren. Het is handig als je die voorzieningen in een breder veld kunt bezien, de samenhang goed kunt regelen en ze ook op dezelfde manier kunt beoordelen. Een integraal budget of bepaalde afstemming van budgetten kan daar een bijdrage aan leveren.

Merel Knoppe: Wat je merkt is dat we vaak zeggen: we moeten toe naar integrale budgetten. Er is tot nu toe nog geen zelfde beeld van hoe dat er dan uitziet. Is dat één kostenplaats of is dat één verantwoordelijk manager? Als we toe willen naar een integraal budget, wat zijn dan de opties? Daar gaan we dit jaar mee experimenteren. Dit doen we door voor de aankomende programmabegroting voor twee integrale thema’s voorstellen uit te werken met betrekking tot welke interventies we in de stad willen organiseren, vanuit welke (huidige of nieuwe) middelen we dit zouden kunnen financieren, en vervolgens scenario’s uit te werken hoe we dit budgettair kunnen inregelen. De aanpak jongvolwassenen is één van de thema’s waar we mee aan de slag gaan voor het uitwerken van voorstellen.

Lees dit artikel verder in het gratis online magazine Integraal samenwerken voor de jeugd.

Jan-Pieter Kleijburg is strategisch adviseur voor het programma Sociaal Domein en richt zich in zijn advisering op de grote vraagstukken in het sociaal domein waarop we willen ‘ transformeren’. Zijn expertisegebied is de jeugdhulp. (foto: Shanna Hillebrand)

Michiel van Essen is senior adviseur sociaal domein en richt zich vooral op de integrale ondersteuning aan jongvolwassenen en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Merel Knoppe is procesmanager voor het programma Sociaal Domein en richt zich op het organiseren van integrale vraagstukken.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

KENNISPARTNER

Wiebrand Top