Sociale cohesie in wijken vraagt om sterke onderlinge relaties, wederzijds vertrouwen en actieve betrokkenheid van bewoners. Het versterken van deze samenhang gebeurt in belangrijke mate binnen lokale netwerken, waarin bewoners, organisaties en overheid elkaar weten te vinden. Professionals zoals wijkregisseurs spelen hierbij een faciliterende rol door deze netwerken te ondersteunen en samenwerking te stimuleren. Het bevorderen van sociale cohesie betekent in de praktijk dat signalen van bijvoorbeeld eenzaamheid, overlast of sociale spanningen tijdig worden herkend en gezamenlijk worden opgepakt. Door bewonersinitiatieven te verbinden en samenwerking tussen partijen zoals woningcorporaties, zorgorganisaties en politie te stimuleren, ontstaat een basis voor duurzame oplossingen en een sterker gemeenschapsgevoel.
De aandacht voor sociale cohesie is de afgelopen jaren toegenomen, mede door ontwikkelingen zoals de decentralisaties in het sociaal domein. Gemeenten hebben hierdoor meer verantwoordelijkheid gekregen voor het ondersteunen van participatie, zelfredzaamheid en leefbaarheid. Dit heeft geleid tot een grotere focus op preventie en gebiedsgericht werken, waarbij sociale samenhang wordt gezien als een belangrijke factor in het voorkomen van zwaardere problematiek.
Hoewel functies zoals die van wijkregisseur niet wettelijk zijn vastgelegd, sluit de inzet op sociale cohesie nauw aan bij bestaande wetgeving. De Gemeentewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) benadrukken het belang van participatie en het versterken van sociale netwerken. Ook binnen de Jeugdwet en Participatiewet wordt het belang van lokale samenwerking en verbondenheid onderstreept. Voor zowel praktijkprofessionals als beleidsmakers ligt de meerwaarde in het versterken van sociale cohesie als fundament voor leefbare en veerkrachtige wijken. Dit vraagt om ruimte voor maatwerk, aandacht voor lokale dynamiek en een aanpak waarin bewoners centraal staan en actief betrokken worden bij hun leefomgeving.
Recente ontwikkelingen in Nederland laten zien dat sociale cohesie steeds nadrukkelijker een juridische en beleidsmatige plek krijgt binnen het sociaal domein. Zo wordt binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) de nadruk steeds meer gelegd op het versterken van de ‘sociale basis’, waarbij gemeenten niet alleen verantwoordelijk zijn voor individuele voorzieningen, maar ook voor het faciliteren van netwerken, participatie en samenredzaamheid. Tegelijkertijd stimuleert het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) een langjarige, gebiedsgerichte aanpak in kwetsbare wijken, waarin sociale cohesie expliciet wordt verbonden met leefbaarheid en veiligheid. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met een bredere verschuiving naar integraal en wijkgericht werken, waarbij gemeenten en uitvoeringspartners over de grenzen van afzonderlijke wetten heen samenwerken. Hoewel deze beweging niet leidt tot één nieuwe wettelijke regeling, zorgt zij wel voor een sterkere verankering van sociale cohesie in de toepassing en uitvoering van bestaande wetgeving en in de inrichting van lokaal beleid.