Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

De onzekere toekomst van ontwikkelbedrijven vraagt om actie

Sociaal ontwikkelbedrijven vervullen een waardevolle rol in het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Gemeenten en deze bedrijven staan echter onder toenemende financiële druk, mede door het naderende ‘ravijnjaar’ van 2026. De toekomst van de sociale infrastructuur is daarmee in groeiende mate onzeker. In een serie van vier blogs gaan we in op de achtergronden en schetsen handelingsperspectief om de hulpverlening toekomstbestendig(er) te maken. In de eerste blog schetsen we de problematiek (deze blog), en in de komende blogs gaan we vervolgens in op een drietal toekomstvisies voor een bestendige sociale infrastructuur (blogs 2 t/m 4).

Significant Groep 13 februari 2025

De financiële uitdaging van sociaal ontwikkelbedrijven: Wsw versus nieuwe doelgroep

De Cedris-sectorinformatie 2023, waaraan wij hebben meegewerkt, toont dat sociaal ontwikkelbedrijven dat jaar gezamenlijk kampten met een verlies van 65 miljoen euro. Al jaren is het resultaat van sociaal ontwikkelbedrijven negatief. Eerdere rapportages van de Sectorinformatie tonen al vanaf de start van de Participatiewet in 2015 rode cijfers. Uit de Sectorinformatie 2023 blijkt dat ontwikkelbedrijven voor de (krimpende) Wsw-doelgroep ongeveer break-even draaien. Voor de (groeiende) nieuwe doelgroep van beschut werkers en werknemers onder de banenafspraak is dit een min van € 2.000 respectievelijk € 10.000 per fte. Een belangrijke reden voor deze verschillen blijkt de rijksfinanciering.

Oorzaak 1: Te lage toegevoegde waarde om salariskosten te dekken

Waar het Rijk de Wsw-dienstverbanden bekostigt met een vrijwel kostendekkende integrale bijdrage, is dit voor nieuwe doelgroepen anders. Neem bijvoorbeeld de financiering van beschut werk. Uit ons eerdere onderzoek naar de kosten en uitvoering van beschut werkplekken in Nederland blijkt dat de omzet per medewerker (NTW) plus Loonkostensubsidie vaak niet voldoende zijn om de salariskosten te dekken. Tegelijk verschilt wel sterk per bedrijf hoe groot dit verlies is. Sommige bedrijven zijn veel beter dan andere in staat om goede tariefafspraken te maken met opdrachtgevers en/of gemeenten. Ook verschilt het type werk per regio en per bedrijf; sommige typen werk zijn nu eenmaal winstgevender dan andere en het ene bedrijf is beter in staat om werk aan te trekken met een goede marge dan het andere bedrijf.

Oorzaak 2: Wisselende bekostiging van overige kosten

Een andere oorzaak van het verlies op beschut werk is dat de indirecte kosten hoger zijn dan de bijdrage vanuit het Participatiebudget. Gemeenten kiezen er daarnaast soms voor om minder (of meer) dan het Participatiebudget door te sluizen naar ontwikkelbedrijven. Het verlies op mensen uit de banenafspraak is nog groter, omdat voor deze mensen geen Participatiebudget bestaat; maar enkel de algemene middelen uit het Gemeentefonds. Opdrachtgevende gemeenten geven daaruit soms een passende bijdrage voor overhead, maar soms ook helemaal niets. Ook dit punt leidt tot grote verschillen in financieel resultaat tussen ontwikkelbedrijven.

Onzekerheid neemt toe vanwege naderend ravijnjaar

De beschikbaarheid van bekostiging is dus een cruciaal onderdeel van de bedrijfsvoering van sociaal ontwikkelbedrijven. Maar nu zet het ravijnjaar van 2026 deze bekostiging (verder) onder druk, omdat gemeenten kritischer met hun budgetten omgaan. We zien dat gemeenten van plan zijn de teruglopende inkomsten te vertalen in lagere uitgaven. Dus ook de bijdrage aan sociaal ontwikkelbedrijven blijft niet buiten schot.

Als de bekostiging afneemt, dan is (zonder andere maatregelen) te verwachten dat de ontwikkelbedrijven gaan reorganiseren. Het gevolg is dat een deel van de mensen die er nu werken straks zonder werk komen te zitten. Zij worden dan afhankelijk van andere sociale voorzieningen, zoals bijstand en Wmo. Ook is bekend dat deze groep kwetsbaar is voor het maken van schulden. De potentiële impact is dus groter dan het hebben van geen werk.

Maar er is ook goed nieuws!

Financieel gezien is er echter niet alleen maar slecht nieuws voor de sector. De verwachting was dat de verliezen jaarlijks verder zouden oplopen, omdat het aantal medewerkers jaarlijks zou krimpen (met hogere overheadkosten per medewerker tot gevolg). Het aantal stoppende werknemers is namelijk al sinds 2015 groter dan de nieuwe instroom. Deze ontwikkeling is in 2023 echter voor het eerst gekenterd. Ook lukt het sommige bedrijven om de krimp van het personeelsbestand goed te managen, bijvoorbeeld door naar een kleiner pand over te stappen of door andere activiteiten te ontplooien. Hiernaast biedt het Rijk ook meer structurele en incidentele middelen voor de uitvoering van beschut werk en om te investeren in de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Daar is dan wel een gedegen plan voor nodig.

Hoe nu verder?

Wij geloven dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in de toekomst een belangrijke rol kunnen blijven spelen in het sociaal domein. Maar dan zijn wel stappen nodig om de genoemde uitdagingen het hoofd te bieden.

Wij denken dat er meer nodig is, juist op (middel)lange termijn, om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te bestendigen en om mensen effectief aan het werk te helpen. Door te investeren in het model van strategisch(er) samenwerken in de hele keten. Iedere partij die een rol speelt in deze sector moet zijn steentje bijdragen voor de transitie naar een bestendig uitvoeringsmodel. Hoe dat eruit kan zien, laten wij de komende weken zien met een drietal toekomstvisies voor gemeenten, ontwikkelbedrijven én ketenpartners.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.