Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Raadsleden en het sociaal domein

De Participatiewet, de Wmo 2015 en de Jeugdwet: de drie belangrijkste wetten van het sociaal domein hebben grote invloed, maar deze zijn soms nog lastig om echt te doorgronden. Voor zowel nieuwe als al lang zittende raadsleden is het daarom een goed idee om bekend te zijn (en te blijven) met de inhoud van deze wetten en hoe ze binnen de eigen gemeente vorm krijgen. In Sociaal domein voor raadsleden worden deze wetten stuk voor stuk behandeld en toegelicht. Lees in deze voorpublicatie alvast een stukje mee.

6 juli 2022

Voorpublicaties

Voorpublicaties

De Participatiewet

De Participatiewet is het laatste vangnet in de sociale zekerheid. Dit betekent dat alle andere regelingen – zowel volksverzekeringen (zoals de AOW) en werknemersverzekeringen (zoals de WW) als andere voorzienin­gen (zoals de Wmo 2015 en de Jeugdwet) – voorgaan op de Participatie­wet. Ofwel, heeft men nergens een passende aanspraak, dan kan men het tot slot nog via de Participatiewet proberen. Dit fenomeen staat bekend als een verwijzing naar een voorliggende voorziening. Allerlei regelingen kennen een dergelijk mechanisme, maar de desbetreffende bepaling uit de bijstandsregelgeving is de meest absolute. Elke andere bepaling inzake voorliggende voorzieningen moet wijken voor die uit de Participatiewet.

Om daadwerkelijk voor bijstand in aanmerking te komen is nog wel meer nodig dan het enkele feit dat een andere regeling niet over de brug komt. Er moeten nog diverse andere hordes worden genomen. Men moet wonen in de gemeente waar de bijstand wordt aangevraagd en bovendien moet men Nederlander zijn of daaraan gelijkgesteld. Belangrijker nog is echter het feit dat er een noodzaak ‘in bijstandstechnische zin’ moet zijn. Het begrip noodzaak valt in twee aspecten uiteen. Ten eerste moet er een inhoudelijke noodzaak zijn en ten tweede moet er een financiële nood­zaak zijn. Wat betreft het eerste aspect geldt dat een enkele wenselijkheid onvoldoende is, er wordt een zwaardere eis gesteld. Wat het tweede aspect betreft zijn er specifieke eisen, zowel ten aanzien van iemands vermogen als ten aanzien van iemands inkomsten.

De Wmo 2015

De Wmo 2015 is een wet die beoogt om mensen zo lang mogelijk zelf­redzaam te laten zijn en te laten deelnemen aan de samenleving. Bij het eerste element moet onder meer gedacht worden aan het zo lang mogelijk thuis blijven wonen, bij het tweede gaat het om participatie. De echte Participatiewet is dus eigenlijk de Wmo 2015, meer nog dan de Participa­tiewet zelf.

Om beide doelstellingen na te streven rusten er flinke verplichtingen op de gemeentebesturen. Er moet beleid op zeer diverse gebieden ontwik­keld worden, van toegankelijkheidsbeleid tot beleid inzake maatwerk­voorzieningen voor personen met beperkingen. Vaak wordt de Wmo 2015 in de beeldvorming verengd tot het laatste en misschien nog wel vaker tot slechts één onderdeel daarvan, namelijk de hulp bij het huishouden. Dat is echter volkomen ten onrechte. De Wmo 2015 is een wet met een zeer brede maatschappelijke taakstelling.

Dit boek is echter met name georiënteerd op de uitvoeringspraktijk van gemeenten en richt zich daarom wel op de voorzieningen voor mensen met beperkingen. Dergelijke voorzieningen kunnen zowel algemene voor­zieningen als maatwerkvoorzieningen zijn.

De Jeugdwet

De Jeugdwet kent een nogal brede en in allerlei onderdelen te splitsen doelstelling, te weten: de voorkoming en vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische proble­men en stoornissen; de versterking van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang; de bevordering van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; de inschakeling, het herstel en de versterking van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng; de bevor­dering van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit; integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multiproblematiek; en tot slot, de totstandbrenging en uitvoe­ring van familiegroepsplannen en de verlening van hulp op basis van familiegroepsplannen.

Dat is nogal een mondvol. In essentie komt een en ander erop neer dat het gemeentebestuur via de voorradigheid en inzet van algemene en speci­fieke voorzieningen moet nastreven dat er een klimaat wordt geschapen waarin jeugdigen en hun ouders zo goed mogelijk worden geholpen om de jeugdigen veilig op te laten groeien en toe te leiden naar zelfstandigheid. Dat vertoont verwantschap met de bevordering van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie, zoals bedoeld in de Wmo 2015, maar het is niet hetzelfde.

Meer lezen?

Bestel het boek in onze bookshop om zo een compleet beeld te krijgen van wat het sociaal domein voor raadsleden betekent. Je vindt het boek hier.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.