Menu

Filter op
content
Zorg&Sociaalweb
0

Tegengaan van niet-gebruik in de bijstand

Niet alle burgers die recht hebben op inkomensondersteuning maken hier gebruik van. Dit zogenoemd ‘niet-gebruik’ is een belangrijk en actueel thema: het kan leiden tot geldzorgen, armoede en schulden bij de burger en daarnaast tot ongelijkheid en, op langere termijn, (extra) kosten voor de samenleving. Significant APE heeft de beschikbare kennis over niet-gebruik bij elkaar gebracht en gebundeld in een overzichtsstudie. Deze studie is gebaseerd op in totaal 114 Nederlandse en internationale onderzoeken

2 mei 2023

Uit het onderzoek blijkt dat hoeveel mensen gebruik maken van inkomensregelingen waarop zij recht hebben, sterk afhangt van het type regeling. In het algemeen zien we: hoe complexer het aanvraagproces van een regeling en hoe kleiner de relatieve aanvulling op het inkomen, hoe hoger het niet-gebruik.

Niet-gebruik in de bijstand

In de Algemene bijstand is sprake van een relatief hoog niet-gebruik. Bij personen die grotendeels (zo’n 2/3 van hun inkomen) afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering blijkt het niet-gebruik heel hoog te zijn, namelijk 68%, zo blijkt uit eerder onderzoek van de Inspectie SZW. Ook bij burgers die geheel afhankelijk zijn van de bijstand is er niet-gebruik. Dit is veel lager dan bij de eerdere genoemde groep, maar nog altijd zo’n 15% van degenen die er recht op hebben. Het niet-gebruik in de Bijzondere bijstand is ook hoog: de schattingen lopen uiteen tussen 43 en 80%. Dat het niet-gebruik juist in de bijstand zo hoog is, is problematisch. Immers, de bijstand richt zich op de meest kwetsbare groepen in de samenleving en is bedoeld om de bestaanszekerheid van deze burgers te borgen.

Of een burger wel of geen gebruik maakt van zijn of haar recht op een bijstandsuitkering wordt niet alleen bepaald door de opbrengsten (aanvulling op het inkomen) en de tijd en moeite die het aanvraagproces kosten. Andere factoren die een rol spelen zijn: Heeft de burger voldoende kennis over (het recht op) een regeling en het aanvraagproces? Beschikt de burger over voldoende doenvermogen om de aanvraag te doen? En heeft de rechthebbende voldoende vertrouwen in de overheidsinstantie waar de aanvraag moet worden gedaan?

Vereenvoudiging van regelingen

Een fundamentele aanpak van niet-gebruik vereist een verandering in wet- en regelgeving en een sterkere focus op het reduceren van complexiteit in regelingen. Vaak gaat op wetgevend niveau juist veel aandacht uit naar het vermijden van ‘te veel’ gebruik van regelingen of het beperken van de doelgroep. Dit heeft bij veel regelingen bijvoorbeeld geleid tot het instellen van een inkomens- en/of vermogenstoets, wat juist aantoonbaar leidt tot een hoger niet-gebruik. Hier zit een belangrijke trade-off: hoe simpeler een regeling (dus hoe minder voorwaarden worden gesteld), hoe lager het niet-gebruik én tegelijkertijd hoe ongerichter deze is (hoe groter de groep mensen die in aanmerking komt). Het lijkt onontkoombaar dat juist bij inkomensregelingen een inkomenstoets onderdeel uitmaakt van de voorwaarden, maar onbedoeld neemt het niet-gebruik van diezelfde regeling daardoor toe en de effectiviteit af. Dit zijn belangrijke overwegingen voor beleidsmakers en politici.

Wat kunnen gemeenten zelf doen?

Vereenvoudiging van regelingen is een zaak van lange adem. Op kortere termijn kunnen gemeenten zelf ook het nodige doen om de burger actief te helpen, informeren en stimuleren gebruik te maken van de bijstandsuitkering waarop hij of zij recht heeft:

• Het allerbelangrijkst is om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in de rechthebbende burgers. Hoe ziet deze groep eruit? Ken uw burger!

• Informeer de doelgroep op plekken die voor hen bekend zijn, zoals het buurthuis, op school of in de supermarkt. Hierin blijkt mondelinge informatieverstrekking effectiever dan schriftelijk. Ook informeren via het buurtnetwerk, zoals door wijkagenten, artsen of sociale werkers, kan helpen bij het (laagdrempelig) informeren van burgers.

• Zorg dat de informatie in begrijpelijke taal wordt gepresenteerd, in meerdere talen beschikbaar is en dat de informatie visueel aantrekkelijk is. Focus op het eigenaarschap van de burger en gebruik bijvoorbeeld zinnen als ‘u kunt uw geld aanvragen’ in plaats van ‘u hebt recht op’. Laat informatie weg die niet nuttig is voor de burger en focus op de criteria om in aanmerking te komen. Vertel hoe iemand aan meer informatie kan komen.

• Communiceer structureel over regelingen, bijvoorbeeld elk jaar een maand voor de deadline van de aanvraag. Stuur ook herinneringen een paar maanden na het eerste informatiemoment. Zorg voor een vaste contactpersoon, zowel digitale als fysieke mogelijkheden voor ondersteuning en beperk reistijd van de burger door bijvoorbeeld aanvraagpunten op te zetten in de wijk. Wees in het contact vriendelijk, respectvol en steunend, en zorg voor een gelijkwaardige relatie tussen burger en contactpersoon.

• Maak het aanvragen van inkomensondersteunende regelingen voor de burger zo makkelijk mogelijk en bied deze laagdrempelig en proactief aan. Het bundelen van aanvraagprocessen van verschillende regelingen kan ook helpen.

• Zorg dat er voldoende kennis en capaciteit bij uitvoerende professionals is, zodat zij signalen van niet-gebruik vroeg kunnen herkennen.

Bijlage

Synthesestudie niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.