Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Wat zegt de Raad van State over resultaatgericht beschikken?

Het is sinds de internetconsultatie van het voorstel in januari 2020 lang stil geweest rondom het Wetsvoorstel inzake het resultaatgericht beschikken onder de Wmo 2015. (1) Die stilte werd vorige week doorbroken met de publicatie van het advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State naar aanleiding van het wetsvoorstel. (2) Het advies zelf dateert overigens van 9 december 2020. Dat het nu (pas) is gepubliceerd, komt door de inwerkingtreding van de Wet open overheid op grond waarvan de Raad van State zelf verplicht is om haar wetgevingsadviezen openbaar te maken. Maar wat regelt het wetsvoorstel ook alweer? En wat vindt de Raad van State ervan?

21 juni 2022

Het wetsvoorstel is een reactie op de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep op grond waarvan resultaatgericht beschikken niet mogelijk is geoordeeld. Dit omdat het voor de burger dan onvoldoende duidelijk is op welke ondersteuning hij of zij precies recht heeft. (3) Het wetsvoorstel maakt resultaatgericht beschikken alsnog mogelijk doordat de positie van de burger op twee belangrijke punten wordt verstevigd. Ten eerste regelt de wet dat als er een resultaatgerichte beschikking wordt afgegeven, er verplicht een ondersteuningsplan moet worden opgesteld. Hierin moet duidelijk worden beschreven op welke ondersteuning de burger recht heeft. Ten tweede wordt er een mogelijkheid in de Wmo 2015 opgenomen voor de burger om bij de gemeente een klacht in te dienen over de uitvoering door de aanbieder van de maatwerkvoorziening. Bijvoorbeeld als de burger vindt dat zijn of haar huis niet goed wordt schoongemaakt. De beslissing op die klacht kan de burger vervolgens voorleggen aan de bestuursrechter.

De Raad van State is in die zin positief dat zij vindt dat het wetsvoorstel vanuit de positie van de burger een goed idee is en daarmee de rechtspositie van de burger kan worden versterkt. Maar het adviesorgaan heeft ook belangrijke kritiek.

Het eerste kritiekpunt is dat resultaatgericht beschikken en een integrale klachtenbehandeling alleen de verwachte positieve effecten (een betere positie voor de burger, minder conflicten) kan hebben als de uitvoeringskracht en de deskundigheid bij gemeenten wordt versterkt. Uiteindelijk moet een burger en ook de gemeente erop kunnen vertrouwen dat de maatwerkvoorziening die wordt beschikt ook daadwerkelijk door de gecontracteerde aanbieder wordt geleverd, en dat wat er wordt geleverd ook van voldoende kwaliteit is. Dat vereist een goed functionerende cyclus van beleidsvorming, contracteren, beschikken en kwaliteitsbewaking. De Raad van State vindt dat die cyclus nog niet goed op orde is. Daarbij wordt als voorbeeld gegeven dat de juiste eisen meestal wel in de gunningscriteria en het contract worden opgenomen, maar dat het vervolgens schort aan het bewaken van de naleving van die eisen via contractmanagement en toezicht. Overigens presenteert de Raad van State dit niet als kritiek op de gemeenten. Onderkend wordt namelijk dat de gemeenten vanaf 2015 zijn geconfronteerd met een zeer aanzienlijke decentralisatieopgave en een aanzienlijke bezuiniging. Bovendien overweegt de Raad van State dat er op dit moment sprake is van budgettaire krapte, onder meer als gevolg van een toenemend beroep dat door burgers op maatschappelijke ondersteuning wordt gedaan. Er wordt tussen de regels door een beroep op de regering gedaan om gemeenten budgettair en anderszins in staat te stellen om een goed functionerende cyclus van beleidsvorming, contracteren, beschikken en kwaliteitsbewaking te kunnen inrichten en te onderhouden. 

Het tweede kritiekpunt heeft betrekking op de integrale geschilbeslechting naar aanleiding van klachten van een burger over de uitvoering van de maatwerkvoorziening. Dat kan volgens de Raad van State werken, mits:

  • beter wordt nagedacht over de criteria die de bestuursrechter moet hanteren om te beoordelen of de geleverde maatwerkvoorziening van voldoende kwaliteit is;

  • de zorgaanbieder ook een volwaardige positie krijgt in de procedure (burger en gemeenten zijn uiteindelijk van die zorgaanbieder afhankelijk voor de uitvoering van de maatwerkvoorziening) en

  • de rechter voldoende bevoegdheden krijgt om het geschil daadwerkelijk te kunnen beslechten.

Het voorstel moet volgens de Raad van State op in ieder geval deze punten worden verbeterd.

Hoe nu verder?

De Raad van State geeft de regering het advies om het wetsvoorstel naar aanleiding van haar kritiek aan te passen. Zij doet daarbij ook suggesties hoe het voorstel kan worden verbeterd. Zo wordt de suggestie gedaan dat de regering een plan van aanpak zou kunnen maken waarin met concrete stappen de uitvoeringskracht en de deskundigheid bij gemeenten wordt versterkt. De Raad van State doet daarnaast de suggestie om voor de integrale geschilbeslechting een verzoekschriftprocedure in te voeren, waarbij zowel de burger, de gemeente als de zorgaanbieder partij zijn.

Sinds het advies van de Raad van State is al ruim anderhalf jaar verstreken. Ik ben benieuwd op welke manier de regering de handschoen in de tussentijd heeft opgepakt. Daarover hebben wij nog niet mogen vernemen. Het zou in ieder geval zonde zijn als het wetsvoorstel dat – ook volgens de Raad van State – in potentie goede papieren heeft niet de eindstreep zou halen.

  1. Overheid.nl | Consultatie Wmo 2015: Wetsvoorstel resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschilbeslechting (internetconsultatie.nl) .

  2. Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake het resultaatgericht beschikken. - Raad van State .

  3. O.a. ECLI:NL:CRVB:2018:3241, Centrale Raad van Beroep, 18/4138 WMO15-VV (rechtspraak.nl).

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.