Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Wijkverpleging doet Wmo-indicaties voor de gemeente in Enschede-Zuid

In de wijk Enschede Zuid doen wijkverpleegkundigen de indicaties voor de gemeente voor zorg en ondersteuning aan ouderen. In de nabijgelegen plattelandsgemeente Denekamp werken het sociaal en medisch domein intensief samen om kwetsbare ouderen tijdig te signaleren. De nieuwe werkwijzen zijn onderdeel van de pilot Netwerksamenwerking en samen indiceren in de wijk. 

Programma sociaal domein 4 augustus 2022

Het lijkt zo logisch, en dat is het ook. Een wijkverpleegkundige verzorgt tweemaal per dag een oudere vrouw die slecht ter been is. De situatie van de vrouw verslechtert, en ze heeft huishoudelijke hulp nodig. Daarvoor kan ze een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarna het indicatiecircus begint. Meestal brengt de Wmo-consulent van de gemeente, die de vrouw niet kent, een huisbezoek om in te schatten of huishoudelijke hulp inderdaad nodig is. 

Maar wat als de indicatie voor de huishoudelijke hulp gebeurt door de wijkverpleegkundige? Die kent de situatie van de vrouw als geen ander. Dit betekent dat de wijkverpleegkundige, betaald door de zorgverzekeraar, een advies uitbrengt over een Wmo-voorziening, gefinancierd door de gemeente. Wijkverpleegkundigen, Wmo-consulenten, maatschappelijk werkers, praktijkondersteuners en wijkcoaches in Enschede Zuid kwamen op dit idee tijdens een van hun netwerkoverleggen. 

‘In de oude situatie krijgen ouderen meerdere huisbezoeken van verschillende professionals voor de Wmo-indicatie’, vertelt Ank Braspenning, programmamanager bij zorgorganisatie De Posten in Enschede Zuid. ‘De nieuwe werkwijze scheelt dubbel werk’, vertelt ze. ‘Met het oog op de hoge werkdruk, schaarste aan professionals en lange wachttijden voor Wmoindicaties niet onbelangrijk. De professionals in Enschede Zuid hebben vertrouwen in elkaar om dit samen op te pakken.’ 

De Twentse Koers 

De innovatie kreeg in 2021 handen en voeten in de pilot Netwerksamenwerking en samen indiceren in de wijk. De pilot is onderdeel van de Twentse Koers, een strategische samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten, GGD Twente, zorgverzekeraar en zorgkantoor Menzis en provincie Overijssel. Samen met meer dan 300 partners koersen zij op gezondheid en goede zorg in Twente. Braspenning: ‘We zijn bewust klein begonnen, vanuit de uitvoering.’ 

“De Wmo-consulenten stelden een werkinstructie op voor de wijkverpleegkundigen.”

De Wmo-consulenten stelden een werkinstructie op voor de wijkverpleegkundigen. Ook werden ze getraind door de Wmo-consulenten in het indiceren van Wmo-voorzieningen. De nieuwe werkwijze werd drie maanden in de praktijk getest bij 13 ouderen. ‘De gemeente wijst op basis van het advies van de wijkverpleegkundigen vervolgens de indicatie toe, de wijkverpleegkundigen hebben dus geen mandaat’, verduidelijkt Braspenning. 

Mocht de Wmo-consulent inhoudelijke bedenkingen hebben over een indicatie, dan kan deze navraag doen en eventueel aanpassingen doorvoeren. Zo houdt de gemeente ook grip op de eigen budgetten. In de praktijk blijkt dat niet nodig: de Wmo-indicaties van de wijkverpleegkundigen wijken nauwelijks af van die van de Wmoconsulenten, blijkt uit de evaluatie. 

‘De Wmo-consulenten waren zelf op gelijksoortige indicaties uitgekomen’, vertelt Elise Hol, programmamanager van de Twentse Koers. ‘Over één van de 13 indicaties had de Wmo-consulent vragen, maar daar ging het om een complexe en uitzonderlijke situatie.’ 

Stephanie Oosterveld, wijkverpleegkundige bij Livio, is enthousiast. ‘Vergis je niet, het is voor ouderen heel confronterend om te erkennen dat er bijvoorbeeld dagbesteding nodig is bij dementie of een traplift om naar boven te kunnen. Ouderen vinden het dan fijn dat de Wmo-indicatie via hun vertrouwde wijkverpleegkundige loopt. Zo hoeven ze niet weer het hele verhaal te vertellen aan een onbekende Wmo-consulent - dat zijn nogal gesprekken.’

Ook Erwin Wessendorp, wijkverpleegkundige bij Wesselerbrink, is tevreden met de nieuwe manier van werken. ‘Ander voordeel is dat we als wijkverpleegkundigen de indicatie voor Wmo-voorzieningen sneller in gang kunnen zetten. Nu duurt het vaak een paar weken voordat de Wmo-consulent tijd heeft.’ En echt meer tijd kost het de wijkverpleegkundigen niet. ‘Het in gang zetten van een Wmo-indicatie in de oude situatie kost ook tijd door alle informatie die je moet overdragen aan de gemeente’, aldus Oosterveld.

“Ouderen vinden het dan fijn dat de Wmo-indicatie via hun vertrouwde wijkverpleegkundige loopt.”

Trots is Wessendorp op een Wmo-aanvraag die hij deed voor een oudere vrouw die niet meer zelfstandig naar de toilet kan. ‘De vrouw kan niet meer goed bukken, waardoor ze haar onderlichaam niet zelf kan reinigen’, vertelt hij. ‘Om die reden kwam de wijkverpleging enkele keren per dag. Maar een toiletbezoek kun je niet echt plannen.’ Hij schreef een aanvraag voor een hulpmiddel, waardoor de vrouw nu zelfstandig naar de toilet kan. 

Denekamp: (door)ontwikkelen netwerk ouderenzorg 

Ook in de plattelandsgemeente Denekamp werd binnen de pilot ingezet op een betere samenwerking tussen het medisch en sociaal domein. ‘Het was een bewuste keuze om de pilot te doen in een plattelandsgemeente en in Enschede Zuid’, vertelt Hol. ‘In een stad werkt dat toch anders dan op het platteland.’ 

Dat weet Judith Bakhuis, praktijkondersteuner bij huisartsenpraktijk De Verdieping in Denekamp, als geen ander. ‘In Denekamp vind je nog boerenbedrijven met ongehuwde inwonende kinderen’, vertelt ze. ‘En er wonen in Denekamp veel ouderen.’ Een van de doelen is om kwetsbare ouderen vroegtijdig in beeld te hebben. ‘Liefst natuurlijk voor ze bijvoorbeeld een heup breken door een val, en niet pas als er een crisissituatie is ontstaan’, vertelt Bakhuis. 

Omdat Denekamp veel zorgmijders kent, is die kans levensgroot. ‘Mensen kennen elkaar, maar er is ook veel schaamte als er financiële of gezondheidszorgen zijn.’ Afspraak is dat vrijwilligers en professionals die in contact zijn met ouderen een signaal geven als er extra ondersteuning nodig is. ‘Dat gebeurt in overleg met de oudere, tenzij dit niet gaat.’ 

“In overleg met de vrouw heeft de apotheker contact met de huisartsenpraktijk opgenomen.”

‘Zo kregen we laatst van de apotheek een signaal dat een vrouw warrig overkwam bij het ophalen van haar medicatie en ook het recept meerdere malen kwijt was’, vervolgt Bakhuis. ‘In overleg met de vrouw heeft de apotheker contact met de huisartsenpraktijk opgenomen.’ De praktijkondersteuner neemt in zo’n geval contact op met de oudere, en schakelt zo nodig hulp in. 

Niet alle signalen komen bij de huisarts terecht. Bakhuis: ‘Als een wijkverpleegkundige bijvoorbeeld ziet dat een oudere instabiel op de benen staat, neemt deze rechtstreeks contact op met de fysiotherapeut. Dat scheelt de huisartsenpraktijk veel werk.’ 

“Andere innovatie in Denekamp is het intensiever betrekken van een specialist ouderengeneeskunde in de wijk.”

Andere innovatie in Denekamp is het intensiever betrekken van een specialist ouderengeneeskunde in de wijk. ‘Die sluit structureel aan bij de overleggen met de wijkverpleegkundigen en huisarts’, aldus Bakhuis. ‘Ouderen wonen tegenwoordig langer zelfstandig dan vroeger, waardoor de zorgvragen zwaarder zijn. Soms gaan de gesprekken over medicatie, en soms vragen we om even mee te kijken naar een complexe casus.’ 

Pilotfase voorbij 

De pilotfase van Netwerksamenwerking en samen indiceren in de wijk is voorbij. Dat ging lekker makkelijk, toch? ‘Ja en nee’, glimlacht Elise Hol. ‘De uitdaging was om de verschillende belangen van alle partijen bij elkaar te brengen. We hebben te maken met verschillende stelsels. Zorgverzekeraars denken vanuit het verzekeren van schade en wat de Nederlandse Zorgautoriteit heeft voorgeschreven. Wijkverpleging en Wmo-consulenten werken vanuit zelfredzaamheid. 

Op pilotniveau zijn die perspectieven redelijk makkelijk te overbruggen, vooral doordat de professionals zo gemotiveerd zijn. Landelijk loop je snel tegen organisatiebelangen aan.’ Enschede Zuid en Denekamp gaan in ieder geval gewoon verder op de nieuwe voet. ‘Hopelijk kunnen we de werkwijze langzaam verspreiden in Enschede en regio’, aldus Ank Braspenning. 

Een tip voor gemeenten die willen starten? ‘Ga gewoon aan de slag’, adviseert Hol. ‘Kom in de wijk tot een keten van samen indiceren. Kijk daarna hoe het werkt en hoe het financieel uitpakt. Voorwaarde is wel dat zorgverzekeraars en gemeenten er beleidsmatig en financieel achter staan.’ 

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.