In 2015 klopte wethouder Lara de Brito van de gemeente Wageningen aan bij de centrumgemeente Ede, met het idee om zelfstandig te gaan experimenteren met het (her)indiceren van zorg voor de regeling ‘Beschermd wonen’. Dit was vooruitlopend op de decentralisatie van die taken in 2020. Niet veel later klopte ze opnieuw aan, nu met het verzoek om ook het budget over te hevelen dat bij die taken hoorde. De regiogemeenten gingen akkoord en Wageningen was hiermee vanaf 2017 de eerste, relatief kleine gemeente, die deze zorg geheel zelfstandig regelt. Lara de Brito vertelt; ‘De belangrijkste reden om dit als gemeente zelf te doen is dat we zorg en begeleiding dichtbij de burger willen regelen. Ik geloof echt heel erg in die lokale aanpak.’

Betrokken en dichtbij, cruciale succesfactor
Wettelijk is bepaald dat de regeling “Beschermd wonen” wordt uitgevoerd door centrumgemeenten, voor Wageningen was dat de gemeente Ede. Lara vertelt: ‘We merkten al vrij snel dat uitvoering van de regeling door de centrumgemeente lastig was voor de groep mensen met psychiatrische klachten (GGZ doelgroep). De zorg werd ver weg geregeld, terwijl het onze bewoners waren die begeleiding nodig hadden. Toen ik de eerste keer aan de bel trok, vond men het nog een raar idee. Het overhevelen van het budget was een tweede grote stap. Ik heb hard gelobbyd voor onze aanpak omdat ik het heel belangrijk vind voor iedereen die woont en werkt in Wageningen. Zo sprak ik geregeld betrokken Wmo consulenten, die echt het gedachtegoed uitdragen van nabijheid en maatwerk: de inwoner staat centraal en je praat mét mensen, niet over mensen. Zij werken iedere dag met mensen die soms veel pech hebben in hun leven en kampen met moeilijke psychiatrische ziektebeelden. Ik ken die problematiek van dichtbij - uit mijn privéleven - en weet wat het betekent als iemand opgenomen wordt en begeleiding nodig heeft. Dat heeft veel impact op directe familie. Die ervaring heeft me als wethouder veranderd, ik ben daardoor nog meer betrokken geraakt bij de zorg en weet hoe bepalend het is om zaken dichtbij te kunnen regelen.’
De gemeente Wageningen beslist nu over oplossingen op maat, samen met de inwoners en organisaties die ondersteuning bieden. Dit kan begeleiding zijn vanuit een beschermende woonvorm, maar ook zelfstandig wonen met begeleiding aan huis. ‘Van het begin af aan dachten de betrokken organisaties, zoals RIBW AVV (de instelling voor mensen met psychiatrische problematiek), actief mee in de ontwikkeling en uitvoering van die taken. Zij waren er ook blij mee, omdat ze merkten hoe belangrijk het is om zorg dichtbij te organiseren.’
Lara vervolgt: ‘Een cruciale succesfactor in onze aanpak is de nauwe samenwerking met de klankbordgroep GGZ; ervaringsdeskundigen die weten waar ze het over hebben. Dat is een luxe. Veel gemeenten werken niet met een klankbordgroep, terwijl er juist zoveel kennis en betrokkenheid bij de mensen is. Deze groep denkt niet alleen na over de uitvoering nu, maar adviseert ook over verbeteringen, nieuwe concepten of kleine dingen die echt het verschil maken. Het gaat om alle aspecten, van het schrijven van de juiste brief tot aan de wensen rondom beschermd wonen en op welke manier we flexibiliteit in het systeem kunnen brengen. Hoe zorgen we er met elkaar voor dat mensen een volwaardige plek vinden, onderdeel zijn van de samenleving en tegelijkertijd steun aan elkaar hebben?’
Tiny houses
‘Als gemeente werken we actief samen met de woningstichting en ontwikkelaars. Vanuit onze ambtelijke en bestuurlijke positie, willen we letterlijk ruimte creëren voor nieuwe woonvormen. Zo kijken we naar de mogelijkheid om kleinschalig iets te doen in de wijk. Momenteel werkt de klankbordgroep aan een project met Tiny Houses. Dit project is bedoeld voor ouders met volwassen kinderen met een vorm van autisme.'
'Voor deze volwassen kinderen is een plek in een instelling niet gewenst. Het zou mooi zijn als we in een wijk een groep Tiny Houses bij elkaar kunnen zetten waar de kinderen zelfstandig leven, met gezamenlijke ruimte in het groen en de ouders dichtbij. Dergelijke concepten zijn prachtig, want wonen is meer dan een dak boven je hoofd.’
Kwaliteit van leven
‘Bij beschermd wonen gaat het niet alleen om de woonvorm’, zegt Lara, ‘maar om de kwaliteit van leven van mensen. We zijn als maatschappij erg geconcentreerd op de medische diagnose en de producten die daarbij horen. Hierbij vergeten we soms bijna dat het minstens zo belangrijk is om te participeren, dat mensen elkaar tegenkomen en dat we iets voor elkaar kunnen betekenen.’
‘Ik was laatst bij een presentatie van hoogleraar Jaap van Wegel over de doelgroep GGZ. Hij zei: ‘De beste voorspeller voor achteruitgang is “the amount of time due to expense of doing nothing.” Dat betekent dat we dus meer moeten investeren in participatie, en dan heb ik het nog niet eens over betaald werk. Inwoners die hulp vragen moeten we zien als mensen en niet als een cliënt of klant waarvoor je door het boekje bladert, op zoek naar een passende indicatie en de aanbieding die daarbij hoort.’ aldus Lara.
Ruimte voor professionals
‘Ik ging eens op pad met een Wmo consulent en we ontmoetten een jongeman op een heel klein kamertje. Hij had duidelijk veel ondersteuning nodig. Halverwege zijn verhaal bleek dat hij al jarenlang geen contact had met zijn ouder. Daarmee gaf hij al veel informatie over zijn sociale netwerk. Zo’n jongeman vraag je niet of hij hulp aan zijn moeder of vader gaat vragen; je weet hoe kwetsbaar hij is en hoe lastig het voor hem zal zijn om überhaupt zijn ouders weer te ontmoeten. De Wmo consulent zadelde hem niet met een vraag op waar niemand klaar voor zou zijn. Dat vind ik mooi. Goed luisteren naar het verhaal achter de mens, en altijd denken; wat zou ik doen als het mijn moeder of mijn kind was? Want als iets niet goed genoeg is voor jezelf of voor jouw dierbare, waarom is het dan goed genoeg voor een ander? Je moet professionals ruimte geven en erop vertrouwen dat ze met hart en ziel hun werk doen.’
Advies
‘Als je je als gemeente voorbereid op de uitvoering van de regeling “Beschermd wonen”, bedenk dan goed voor wie je de regeling uitvoert en waar je het voor doet. Bedenk wat er past bij je stad, bij degenen die bij je werken, bij de wethouder en bij de inwoners. Wat vooral belangrijk is: weet welke problemen je aan het oplossen bent. Bedenk als overheid geen oplossingen zonder dat je weet of er überhaupt een probleem is. Dat doen we al te vaak. Dat betekent vooral dat je gewoon vragen gaat stellen aan de mensen om wie het gaat, want waar hebben zij behoefte aan?’
