Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Is het Zorgprestatiemodel een utopie?

Gaat het nieuwe verplichte bekostigingsstelsel van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de forensische zorg (FZ) in 2022 – en de daarop volgende jaren – het uiteindelijk gehoopte resultaat leveren? Dat is de vraag die ik mijzelf heb gesteld. Een verandering in de bekostiging is zeer lastig en stuit daardoor op weerstand. Het Zorgprestatiemodel is ontworpen met het doel: de zorg voor de cliënten te verbeteren en de administratieve lasten voor de medewerkers te verminderen. Hoe staan we er zes maanden na invoering van het nieuwe bekostigingsmodel voor? Welke verbeteringen levert het model op? En wat zijn de uitdagingen?

24 juni 2022

Totstandkoming

Ten eerste zal ik kort de totstandkoming van het Zorgprestatiemodel toelichten. De uitdaging die voorafgingen aan het Zorgprestatiemodel betrof voornamelijk een uitermate complexe bekostiging bij veel verschillende soorten zorg. Vóór het jaar 2022 is gebruik gemaakt van zowel patiëntenprofielen, diagnose-behandelcombinaties (DBC’s), zorgzwaartepakketten (ZZP’s) en diagnose-beveiligingscombinaties (DBBC’s). Deze verschillende manieren van declareren en registreren zorgden voor veel administratieve versnippering. Tevens waren de zorgprofessionals veel tijd kwijt aan het registreren van hun zorgcontacten. Dit ging ten koste van de tijd die aan de cliënt kon worden besteed.

De zorgnota’s vielen pas laat op de deurmat bij de cliënten. De oorzaak hiervan betrof de lange looptijd en afronding van de DBC’s en DBBC’s. Voor cliënten is het grote tijdsverschil tussen de ondergane behandeling en de ontvangen nota’s, inclusief betaling van het eigen risico, lastig te begrijpen. Bij de nota’s is eveneens gebruik gemaakt van globale prestatietermen. Dit zorgt voor een niet transparante manier van declareren. Voor zorgorganisaties en zorgverzekeraars brengt de oude manier van bekostigen ook uitdagingen met zich mee. Dit komt door het complexe systeem van het aanbrengen van benodigde wijzigingen, inzicht krijgen in de zorguitgaven en het opmaken van de jaarrekening.

Naar aanleiding van onder andere de genoemde aspecten, heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) besloten dat de huidige bekostiging niet langer houdbaar is. Het nieuwe verplichte bekostigingsmodel dat deze problemen op zou moeten lossen, heet het Zorgprestatiemodel. Het Zorgprestatiemodel is vanaf 1 januari 2022 in werking getreden bij alle GGZ- en FZ-instellingen. Zoals het woord al zegt, gaat het om een prestatiebekostiging. Denk hierbij aan een vergoeding gebaseerd op het opleidingsniveau van de professional, de duur en de geleverde prestatie, zoals een consult, verblijfsdag of een verrichting.

Verbeteringen nieuwe bekostigingssystematiek

Op welke vlakken gaat het Zorgprestatiemodel concreet bijdragen aan het verbeteren van de GGZ en de FZ? Het idee achter dit model is om de geleverde zorg voor de cliënt transparanter te maken. Dit wordt gedaan door op de factuur te laten zien welke prestaties de zorgprofessional heeft geleverd. Hierdoor wordt het voor de cliënt begrijpelijk en controleerbaar. De prestaties zijn niet meer gekoppeld aan langlopende trajecten, waardoor cliënten spoedig de factuur ontvangen en zorgaanbieders snel worden betaald voor de geleverde zorg. Bovendien is het initiële idee dat het Zorgprestatiemodel ook voor de behandelaren tot behoorlijke verbeteringen leidt. Denk hierbij aan het verminderen van de administratieve lasten. Behandelaren hoeven van zowel de directe als indirecte tijd geen minutenregistratie meer bij te houden. In de prijzen zit namelijk een opslag voor indirecte tijd verwerkt.

Zorgaanbieders hebben de mogelijkheid om te declareren op basis van het principe ‘planning is realisatie’. Dit houdt in dat de agenda van de professional leidend is en de geleverde zorg op basis van de planning gedeclareerd mag worden. Dit zorgt voor een vermindering van de administratieve lasten, waardoor meer tijd aan de cliënt kan worden besteed. Hetgeen zorgprofessionals juist zo belangrijk vinden.

Obstakels

Het idee achter de invoering van het gehele Zorgprestatiemodel is natuurlijk prachtig, maar hoe wordt dit idee in de dagelijkse praktijk ontvangen? Welke obstakels zijn aan het licht gekomen? De belangrijkste grondslag van het Zorgprestatiemodel is de eenvoud en de administratieve lastenvermindering. Binnen veel organisaties wordt de eerste maanden na invoering van het model nog geen gevoel van lastenvermindering ervaren. Sommige zorgaanbieders hebben ervoor gekozen om de indirecte tijd (gedeeltelijk) te blijven registreren, omdat zij hier nog altijd grip en inzicht op willen hebben. Natuurlijk is dit een belangrijke parameter waarop organisaties sturen, maar hierdoor neemt voor de zorgprofessionals de geïnvesteerde tijd in de administratie niet af. Bovendien weet niet elke behandelaar hoe hij of zij in het nieuwe systeem moet registreren en welke regels hieraan verbonden zijn.

Jezelf hierin verdiepen kost veel tijd. Onjuiste kennis leidt tot foute registratie, wat onbewust winstoptimalisatie in de hand kan werken. En het kan ook leiden tot juist te weinig registratie, waardoor de zorgorganisatie omzet misloopt. Deze onjuiste registratievormen moet achteraf worden gecorrigeerd. Dit kost zorgorganisaties veel tijd en is strijdig met gemaakte afspraken met de zorgverzekeraar.

Daarnaast heeft de invoering van het Zorgprestatiemodel voor GGZ-cliënten grote gevolgen voor het betalen van het eigen risico. Binnen het Zorgprestatiemodel kan het zijn dat een cliënt meerdere malen zijn of haar eigen risico kwijt is aan de verleende zorg. Dit is het geval wanneer de behandeling over de grens van het kalenderjaar heen gaat. Vóór 1 januari 2022 betaalden cliënten maar eenmalig het eigen risico. Dit zorgt ervoor dat voor bepaalde cliënten de zorg onbetaalbaar wordt. Dit brengt het risico met zich mee dat cliënten zorg gaan uitstellen tot het nieuwe kalenderjaar, of dat er mogelijk zelfs zorgmijding ontstaat.

Zorgvraagtypering

Een blik op de toekomst. In 2024 staat een laatste belangrijke verandering gepland, namelijk het vastleggen van de Zorgvraagtypering. Vanaf 1 januari 2022 is als onderdeel van het Zorgprestatiemodel de Zorgvraagtypering ingevoerd in de GGZ en de FZ. Deze typering geeft inzicht in een momentopname van de zorgvraag en de problematiek van de cliënt. Dit kan in verband gebracht worden de inzet van zorg die nodig is. Wat een reële vergoeding is voor de geleverde zorg aan een specifieke cliëntengroep wordt hierdoor inzichtelijk. Met hetzelfde doel als het Zorgprestatiemodel, namelijk: de zorgbehoefte van de cliënt transparant maken. In de jaren 2022 en 2023 wordt de Zorgvraagtypering door middel van een vragenlijst geregistreerd door de regiebehandelaar. Vanaf 2024 wordt het een onderdeel van de contracteringsafspraken tussen zorgaanbieders en verzekeraars.

Betere zorg

Zoals mij ooit is gezegd, leidt een verandering altijd tot wrijving. Enerzijds leidt deze verandering in de zorgsector tot betere cliëntenzorg. Anderzijds leidt de invoering van het Zorgprestatiemodel op langere termijn hopelijk ook voor de zorgprofessionals tot een positieve ontwikkeling. Zodra het model volledig werkt zoals het is bedoeld, kunnen de zorgprofessionals zich richten op het geven van goede waardevolle zorg aan de cliënt. In het begin kan het voor organisaties lastig zijn om deze grote verandering goed te volbrengen, maar uiteindelijk wordt ook deze werkwijze een reguliere werkwijze. Het doel is om een verbeterslag te maken ten opzichte van de zorg geleverd voor 1 januari 2022. Nu, zes maanden na de invoering van het Zorgprestatiemodel, is het nog te vroeg om een conclusie te kunnen trekken of het model ook daadwerkelijk het verwachtte en gewenste resultaat heeft bereikt. Momenteel worden namelijk nog veel noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd om het uiteindelijke doel te bereiken.

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.