Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Omklapwoningen: een goed idee, met een ‘maar’…

In essentie is een omklapwoning een reguliere woning (vaak een flat), waarbij een zorgaanbieder een huurcontract afsluit met de verhuurder (de woningbouwvoorziening). Met als extra: de mogelijkheid de woning op termijn over te dragen aan de bewoner. Bij een omklapwoning wordt het bedrijfsrisico voor de verhuurder beperkt, omdat een voorziening, en niet het kwetsbare individu, gecontracteerd wordt. Naast financiële risico’s neemt de zorgaanbieder ook de begeleiding op zich. Dit is een win-win situatie, maar er zit wel een addertje onder het gras.

18 mei 2022

Er zijn meerdere partijen die baat hebben bij de werking van het huidige stelsel: woningbouwverenigingen maken door samen te werken in consortia voor omklapwoningen, als monopolisten van de goedkope woningmarkt, hun maatschappelijke verantwoordelijkheid waar met beperkte risico’s. En zorgaanbieders kunnen mensen met een afstand tot autonoom wonen toch een woning aanbieden. De realiteit is immers dat woningen in Nederland schaars zijn en voor wie kwetsbaar is, de concurrentie groot is. Door omklapwoningen kunnen kwetsbare burgers op termijn toch autonome huurders worden.

Omklapwoningen passen in de ‘first place then train’ rehabilitatiestrategie, bekend van de ‘individual placement and support’ (IPS) en van ‘housing first’ (HF). De traditionele hulpverleningsstrategie voor mensen met een handicap is om te verkennen wat de functionele beperkingen zijn (diagnostiek) en via een progressieve strategie vaardigheden te ontwikkelen (revalidatie) gericht op een welbepaald doel (hier ‘autonoom wonen’). Soms is leren onmogelijk (iemand is blind) en wordt via diagnostiek bepaald wat de noodzakelijke structurele ondersteuning is (een prothese). Het traditionele revalidatiemodel rendeert bij zogenaamde ‘lineaire’ handicaps die niet (of slechts in neerwaartse richting) veranderen over de tijd, zoals bij een fysieke beperking (slechtzienden, mensen met een dwarslaesie etc.), een mentale beperking, of bij dementie. Bij ggz-problematiek is de handicap episodisch; mensen kunnen afwisselend helemaal niet of probleemloos functioneren.

Toepassing van first train then place is dan niet efficiënt, omdat elke vooruitgang op termijn kan worden gefrustreerd door een volgende episode waarin de betrokkene niet goed in zijn of haar vel zit. De first train, then place benadering verwacht dat mensen stapsgewijs bijleren en interpreteert ‘falen’ als ‘het maximum haalbare is bereikt’. Bij episodische handicaps worden verwachtingen ten onrechte naar beneden bijgesteld en gaan mensen blijvend onder hun mogelijkheden functioneren. Mensen met een psychische kwetsbaarheid worden tijdens ‘goede’ periodes onder-gestimuleerd, en in ‘slechte’ periodes overvraagd. Dit is demotiverend en frustrerend, en zorgt vaak voor een verslechtering van het psychisch lijden. Onder deze omstandigheden is de werkzame revalidatiestrategie omgekeerd: first place, then train, waarbij het doel (hier wonen in een eigen woning) bij de start wordt gerealiseerd. Leren gebeurt in deze betekenisvolle en motiverende omstandigheden. Hier worden aanvullende vaardigheden geleerd, maar kan ook de periodiek noodzakelijke extra ondersteuning duurzaam op- en afgeschakeld worden.

En daar wringt het schoentje. Omklapwoningen gaan uit van een lineaire visie op herstel: je klapt de woning om wanneer iemand geen zorg meer nodig heeft. Ze negeren de episodische visie op psychisch lijden. Ideale, duurzame oplossingen voor psychisch lijden sluiten flexibel aan bij over de tijd wisselende zorgbehoeften.

In die zin zijn omklapwoningen niet vraaggericht, maar aanbodgericht. Ze worden niet (enkel) ontwikkeld om tegemoet te komen aan de noden van mensen, maar als oplossing voor de schaarste van woningen (in het bijzonder voor mensen met een afstand tot autonoom wonen). Toch is wonen een universeel mensenrecht. Iedereen zou recht moeten hebben op een woning. En dit recht is onvoorwaardelijk. In het bijzonder mag een maatschappij geen voorwaarden opleggen die voor andere burgers niet zouden gelden, omdat iemand een handicap of beperking heeft. Bij omklapwoningen worden voorwaarden verbonden aan het basisrecht om toegang te krijgen tot de woningmarkt. En dat is ongewenst en potentieel gevaarlijk.

In het verleden heb ik al beargumenteerd dat een deel van onze Nederlandse dak- en thuislozen (verwarde personen, of mensen met onbegrepen gedrag) niet door de zorg verwaarloosd worden, maar zich uit de zorg terugtrekken. Dit omdat ze de bevoogding die de zorg biedt niet aanvaarden. Ze stellen bijvoorbeeld: ‘ik slaap liever onder een brug dan hulpverleners over de vloer te hebben die controleren en bepalen hoe ik leef. Het is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid (plicht) vanuit het mensenrechtenperspectief, om kritisch te zijn over bevoogding, en prioriteit te geven aan zorg die uitgaat van de autonomie van mensen (zonder kwetsbare mensen te verwaarlozen). We mogen geen energie steken in voorzieningen en samenwerkingsovereenkomsten die bevoogding institutionaliseren.

Dit is niet eenvoudig. Wanneer we kijken naar het vertrouwen dat kwetsbare burgers (en hun betrokken familieleden) hebben in een zorgpartner, dan hebben voorzieningen die beton en stenen beheren vaak een voordeel ten opzichte van voorzieningen waar professionals enkel werken op indicatie van zorgbehoeften. En met reden. Wie binnen muren woont die worden beheerd door een zorginstelling, is zekerder om zorg te krijgen wanneer het nodig is. Wie het avontuur ingaat om autonoom te wonen en te hopen de noodzakelijke opvang te krijgen wanneer ze periodiek kwetsbaar zijn, wordt geconfronteerd met bureaucratie, indicatiedrempels en lange wachtlijsten. Er ontstaat zodoende een ‘rat race’ voor toegangskaarten voor schaarse woonvoorzieningen: ze zijn de verzekering voor de momenten dat de zorgbehoefte weer toenemen (in het episodische verloop van de psychische kwetsbaarheid). We zien dat duidelijk in de, volgens experten en professionals, over intekening op WLZ-indicaties.

Dit is een paradox. Er is een groeiende vraag naar structurele woonvoorzieningen, waardoor noodzakelijke financiële middelen en professionele expertise voor alternatieven schaars worden en wachtlijsten toenemen. Waardoor vervolgens de alternatieven dan weer minder aantrekkelijk zijn.

Het is mijn stellige overtuiging dat woonvoorzieningen voor kwetsbare burgers, zoals omklapwoningen, niet mogen worden opgericht omdat er in Nederland een woningtekort is. Veel beter is het om mensen vrij te laten in hun keuze met wie ze samenleven en onder welke omstandigheden. Dit is geen politieke of evidence based keuze, maar een mensenrecht. We moeten het als normaal en zelfs gewenst beschouwen als bijvoorbeeld eenzame mensen keuzes maken die hun kwetsbaarheid verminderen en daar zeker geen kortingen op uitkeringen aan te verbinden. Dit biedt een beter gebruik van het bestaande woningencontingent.

We hebben betere oplossingen dan omklapwoningen. We moeten de paradox doorbreken. De massale keuze van het veld voor de meer zekerheid biedende woonvoorzieningen met zorggarantie vormen een ethisch dilemma: ze bieden dure zorg voor enkelen ten koste van betaalbare zorg voor velen. Ik beweer niet dat omklapwoningen geen zinvolle oplossingen bieden. Maar we kunnen wel een betere job doen.

Bekijk ook onze cursus: Beschermd wonen voor zorgaanbieders en gemeenten.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.