Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Hoe om te gaan met de menselijke maat volgens drie experts

Vraag een consulent, een advocaat en een burger naar de betekenis van de menselijke maat, en je krijgt waarschijnlijk drie verschillende antwoorden. Daar komt nog bij dat de term per (zorg)wet anders geïnterpreteerd kan worden. En de procedure moet dan nog beginnen. Nog te volgen? Drie experts geven duiding over het begrip ‘de menselijke maat’ en doorspitten de wet op zoek naar ruimte voor de mens.

8 maart 2022

Achtergrond artikelen

Achtergrond artikelen

In de studio van Zorg&Sociaalweb schippert Rob de Rek, adviseur bij Factum, tussen de twee kanten van de discussietafel tijdens het online debat ‘De menselijke maat’. Aan de ene kant zit Erik Klein Egelink, rechter bij rechtbank Gelderland. Aan de andere kant is advocaat Matthijs Vermaat te vinden van Van der Woude de Graaf Advocaten. Normaal zouden zij elkaar aan de andere kant van de rechtszaal vinden, vandaag buigen zij zich tezamen over het fenomeen van de menselijke maat.

Hieronder volgt een korte uitsnede van enkele verklarende uitspraken uit het online debat.

Rob de Rek over de menselijke maat:

“Een strakke definitie kunnen we niet geven, want het is maatwerk dat consulenten per geval moeten afwegen.”

De menselijke maat: wat is het?

Tijdens het gesprek proberen de experts tot een consensus te komen over de term ‘menselijke maat’, maar dat blijkt geen eenvoudige taak. Volgens Klein Egelink is de kern van het begrip “het meenemen van de persoonlijke situatie van de burger bij aanvragen”, maar hij geeft ook toe dat het woord een “containerbegrip” is. Toch komen de experts samen tot een belangrijke conclusie. Dat de menselijke maat niet eenduidig kan worden gedefinieerd, is juist haar kracht: voor elke aanvraag is maatwerk noodzakelijk, want elke aanvrager met diens specifieke omstandigheden is uniek. Het feit dat veel wetten de menselijke maat anders interpreteren, maakt het in acht nemen van die persoonlijke situatie echter niet gemakkelijker. Luister hier verder naar de discussie over de definitie van de menselijke maat.

Verschillen tussen de wetten

In bijvoorbeeld de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet wordt de menselijke maat aangehouden, maar zij heeft niet overal dezelfde positie. Zo legt Klein Egelink uit dat de menselijke maat in de Jeugdwet en in de Wmo zit “ingebakken”; de mens wordt gezien in diens eigen sociale omgeving. Uit wat voor gezin komt de aanvrager? En op welke manier kan het netwerk de hulpbehoevende ondersteunen? In de Participatiewet krijgt de menselijke maat echter een andere lading. Klein Egelink: “Als je met iemand samenwoont bekent dat in de Participatiewet dat je misschien helemaal geen uitkering meer krijgt.” Of de persoonlijke omgeving van een aanvrager wordt beschouwd als een steunpilaar of een barrière kan dus enorm verschillen tussen verschillende wetten. Via deze link is meer informatie te vinden over de verhouding tussen de wetten.

Volgens De Rek leidt dit tot een discrepantie tussen wat de gemeente ziet als een oplossing en wat de hulpbehoevende zelf ervaart als een geschikte oplossing. Voorbeelden van assistentiehonden en paardentherapie komen aan bod, die ook vanuit verschillende wetten in een ander licht staan. Waar de Zvw en de Wlz behoorlijk rigide stellen dat er zonder wetenschappelijk bewijs geen reden tot financiering is, wordt dit lastiger in de sociale zekerheidswetten. “Want waarop moet worden gestuurd?” vraagt Klein Egelink zich af. Op evidence-based materiaal of op waarschijnlijkheid vanuit ervaringsgegevens? Per situatie hangt dit lastige oordeel af van de inschatting van de rechter.

Willekeur en de hardheidsclausule

Hoe kan men, bij het leveren van maatwerk, voorkomen dat er willekeur ontstaat? Volgens Klein Egelink bestaat hiervoor de hardheidsclausule. Dit houdt in dat een overheidsorgaan soms kan afwijken van de wet indien de uitvoering leidt tot een onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg voor de betreffende aanvrager of onderneming. Klein Egelink poneert dat dit niet uniek is: “In nagenoeg elke verordening vindt men aan het einde een bepaling waarin staat dat er van de verordening kan worden afgeweken.” In het geval dat de regels te strak worden gevolgd en de conclusie nadelig is voor de aanvrager, kan de hardheidsclausule dus ook hier een oplossing bieden. Vermaat geeft hier meer uitleg over de rol van willekeur in verhouding tot de menselijk maat.

Matthijs Vermaat over de aanvraagprocedure bij gemeenten:

“Wat heeft iemand nou eigenlijk nodig naar aard en omvang? Die overweging wordt heel vaak door gemeenten niet of onvoldoende uitgevoerd.”

Het stappenplan

Voor het toekennen van een voorziening geldt een gestandaardiseerd stappenplan. Klein Egelink en Vermaat betogen dat daarbinnen het vaststellen van de exacte hulpvraag lastig is. Vele problemen die mensen ondervinden worden geformuleerd vanuit hun eigen belevingswereld. Hier komt vaak geen claimgerichte hulpvraag uit voort en dus ook geen helder traject om het probleem bij de kern aan te pakken. Vermaat merkt op dat in veel zaken die hij heeft meegemaakt, de gemeenten vaak te snel naar hun eigen beleid grijpen om een snelle oplossing te bieden. De stappen die de hulpvraag definiëren worden overgeslagen. In andere woorden: de menselijke maat wordt makkelijk uit het oog verloren. Het stappenplan en onderzoek als de basis wordt hier verder toegelicht.

Erik Klein Egelink over de kwaliteiten van de consulent:

“Je hebt veel kennis van zaken nodig, je moet de procedure goed uitvoeren en je moet heel goed naar de cliënten luisteren.”

De consulent

Lof voor het werk van de consulent komt van beide kanten van de tafel. Het zijn deze professionals die de menselijke maat moeten waarborgen in de praktijk. Zij moeten de wet interpreteren, de omgeving van de hulpbehoevende in kaart brengen en de eigen kracht van de hulpbehoevende beoordelen. De Rek overweegt een tweede carrière en deelt dat hij het “prachtig werk” vindt. “Maar wel heel moeilijk,” voegt Klein Egelink er aan toe.

De menselijke maat blijft een lastig begrip om mee te werken. Uit het debat blijkt deze complexiteit al te goed, maar ook wordt het bestaansrecht van de menselijke maat des te meer bewezen om de mens achter de procedure nooit uit het oog te verliezen.

Nieuwsgierig geworden? Bekijk het debat voor een diepgaande opfriscursus over het gebruik van de menselijke maat in verschillende zorg- en sociale zekerheidswetten. Voor extra achtergrondmateriaal kunt u het magazine ‘De Menselijke Maat’ van Zorg&Sociaalweb inzien.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.