Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Wijkverpleegkundigen doen Wmo-indicaties: hoe gaat dat?

Een unicum: in plaats van Wmo-consulenten, doen in de wijk Enschede Zuid wijkverpleegkundigen de Wmo-indicaties voor zorg en ondersteuning aan ouderen. Hoe zijn ze in Twente op dit idee gekomen?

9 september 2022

Stel, een wijkverpleegkundige verzorgt dagelijks een oudere vrouw die slecht ter been is. Vanwege een verslechterde situatie heeft de cliënte huishoudelijke hulp nodig. Net als alle andere Nederlanders kan zij daarvoor een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). In veel gevallen brengt een Wmo-consulent van de gemeente vervolgens een huisbezoek om in te schatten of de voorziening – in dit geval huishoudelijke hulp – inderdaad nodig is. (1)

Deze Wmo-consulent is echter een onbekende voor de vrouw. Zij, en met haar vele andere cliënten, vindt het lastig om haar verhaal te doen aan een wildvreemde. De cliënte deelt dit liever met iemand die ze geregeld ziet en bekend is met haar situatie. Iemand als haar wijkverpleegkundige. Het is onder meer dit inzicht dat heeft geleid tot een nieuwe werkwijze in de wijk Enschede Zuid.

Monique Klaver-Swinkels is nauw betrokken bij de pilot waarin deze nieuwe aanpak gestalte krijgt. Ze is sinds februari 2022 teamcoach wijkteams bij de Gemeente Enschede. Met haar achtergrond als maatschappelijk werker is zij in 2017 lid geworden van de wijkteams, die ten tijde van de grote decentralisatie in 2015 zijn opgericht.

Hoe zijn ze in Twente op dit idee gekomen? Klaver-Swinkels vertelt dat er meerdere problemen waren waar zij voorheen tegenaan liepen. Om te beginnen de lange wachttijden voor Wmo-indicaties. ‘Het duurde altijd wel even voordat een Wmo-consulent vanuit een wijkteam langs kon gaan om de situatie in kaart te brengen’, vertelt Klaver-Swinkels. ‘Zeker, sommige indicaties kosten meer tijd dan andere, maar ook de relatief eenvoudige aanvragen moesten door een langlopend proces. Dat is onnodig en zonde.’

Dat dit tot frustrerende situaties leidt, blijkt wel uit de volgende casus: een vrouw had een tillift nodig, maar vond het tegelijkertijd lastig om hieraan toe te geven. Na veel gesprekken had de wijkverpleegkundige haar eindelijk zo ver om die tillift aan te vragen. ‘Maar toen liet dat verzoek zo lang op zich wachten, dat die vrouw uiteindelijk toch afzag van haar besluit. Als we de tillift op tijd hadden kunnen regelen, dan was de zorg voor iedereen minder belastend geweest’, zegt Klaver-Swinkels.

En ook na het doorlopen van de wachttijden ervoeren wijkverpleegkundigen nog veel gemeentelijke bureaucratie. Zij deelden dit ongenoegen in een samenwerkingsoverleg tussen gemeenten en wijkverpleegkundigen. Klaver-Swinkels: ‘Vanuit deze problematiek wilden we heel concreet een samenwerking uitbouwen. Eens in de zes weken kwamen we samen om onder andere meer inzicht te krijgen in elkaars taken en werkzaamheden. Toen ontstond het idee om bepaalde Wmo-indicaties over te laten aan de wijkverpleegkundigen.’

Daaropvolgend hebben alle betrokken wijkverpleegkundigen en Wmo-consulenten een werksessie bijgewoond om de nieuwe werkwijze eigen te maken. Om de lijnen kort te houden werden telefoonnummers uitgewisseld. Alle deelnemers deden op eigen initiatief en geheel vrijwillig mee aan deze pilot. Met een handzaam boek konden de wijkverpleegkundigen de stappen doorlopen die normaliter de Wmo-consulenten zouden doen. ‘Vervolgens leverden de wijkverpleegkundigen de indicaties aan de Wmo-consulenten’, zo licht Klaver-Swinkels toe. ‘Soms vroeg de consulent dan nog om wat ontbrekende informatie, maar zij hadden nooit contact met de cliënt, aan wie we van tevoren natuurlijk toestemming hadden gevraagd.’

En dat verliep vrijwel vlekkeloos. Zelfs bij het regelen van een onderspoelinstallatie, een dure voorziening die niet zomaar wordt toegekend, verliep de communicatie tussen de wijkverpleegkundige en Wmo-consulent goed. Er was één situatie waarbij een wijkverpleegkundige een voorziening wilde aanvragen die niet onder de Wmo viel. ‘Het ging om een trippelstoel voor in huis. Ik heb de wijkverpleegkundige toen doorverwezen naar de zorgverzekeraar, aangezien zij zo’n hulpmiddel vergoeden.’ Maar verder verliep het feilloos. Het smaakte volgens Klaver-Swinkels naar meer.

Maar deze nieuwe aanpak roept ook vragen op. Vinden zorgverzekeraars het niet erg dat wijkverpleegkundigen nu hun kostbare tijd besteden aan taken die eigenlijk gedaan zouden moeten worden door Wmo-consulenten, ambtenaren bij de gemeente? Klaver-Swinkels kan zich daar iets bij voorstellen, maar volgens haar leidde het bij deze pilot niet tot problemen. ‘Onder de oude werkwijze waren wijkverpleegkundigen ook al veel tijd kwijt aan het continue afstemmen en regelen van zaken met Wmo-consulenten. Uit dit experiment blijkt dan ook dat het doen van de indicaties de wijkverpleegkundigen eigenlijk geen extra tijd kost.’ Dat stemt hoopvol, maar ze wil nog niet te vroeg juichen. ‘De opzet van de pilot was nog heel klein. We weten natuurlijk niet wat er gebeurt als je het opschaalt.’

Desondanks is het enorm waardevol om als gemeente hiermee te experimenteren. Klaver-Swinkels adviseert dan ook om het vooral te proberen en mensen die enthousiast zijn erbij te betrekken. ‘Maar maak het niet meteen te groot’, waarschuwt ze. ‘En zorg ervoor dat de rol van de gemeente in deze samenwerking duidelijk is. Wat wil je als gemeente vooral zelf blijven doen? En wat kunnen de wijkverpleegkundigen doen?’

Maatwerk is dus geboden, ook als het gaat om de doelgroep. Deze aanpak is niet voor alle inwoners even zinvol; als je het doet, moet het wel een meerwaarde hebben. Klaver-Swinkels: ‘Doe het vooral bij mensen bij wie de wijkverpleegkundige al wat langer over de vloer komt. Dan voegt het ook echt iets toe.’ Hetzelfde geldt voor dementerende thuiswonende ouderen. Zij hebben behoefte aan een bekend gezicht, zoals hun wijkverpleegkundige die op gezette tijden langskomt.

‘Zolang je daarmee rekening houdt, kan ik het iedereen aanraden’, zegt Klaver-Swinkels opgetogen. ‘En niet geheel onbelangrijk: het geeft ook ontzettend veel energie. Iets wat ik mijn collega’s in het land niet wil onthouden.’

  1. Bron: ‘Wijkverpleging doet Wmo-indicaties voor de gemeente in Enschede-Zuid’

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.