Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Huishoudelijke hulp houdt rechtbanken verdeeld

Verschillende gemeenten hebben ervoor gekozen om met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 huishoudelijke hulp niet langer als een voorziening aan te bieden. Dit heeft geleid tot een groot aantal juridische procedures. De inzet van die procedures is de principiële vraag of de Wmo 2015 gemeenten de ruimte biedt om huishoudelijke hulp niet langer als voorziening beschikbaar te stellen. Recent zijn de eerste uitspraken van rechtbanken hierover gepubliceerd. Conclusie is dat de rechtbanken over de betreffende vraag verdeeld zijn.

13 January 2016

De eerste uitspraak betrof een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 17 december 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:7856, te raadplegen via www.rechtspraak.nl). De Rechtbank Gelderland komt in haar uitspraak tot de conclusie dat hulp bij het huishouden valt onder de door de wetgever aan de gemeente gegeven opdracht (tot het bieden van maatschappelijke ondersteuning) in de Wmo 2015. Volgens de rechtbank moet hulp bij het huishouden worden beschouwd als maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. De redenering van de rechtbank komt er op neer dat iemand die niet zelf zijn huis kan schoonhouden wordt beperkt in diens zelfredzaamheid en dat in zo’n geval de voorziening hulp bij het huishouden hem in staat moet stellen om alsnog zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving te blijven. De rechtbank acht het daarbij van belang dat de wetgever niet heeft bedoeld om de aanspraken op maatschappelijke ondersteuning, zoals deze konden worden ontleend aan de Wmo 2007, te beperken. Verder leidt de rechtbank uit de parlementaire geschiedenis af dat daarin de nadruk wordt gelegd op een ruimere maatwerkverplichting in vergelijking met de compensatieplicht uit de Wmo 2007. Voorts wijst de rechtbank op een passage uit de ‘Nota naar aanleiding van het nader verslag’ waarin huishoudelijke hulp wordt genoemd binnen de kaders van de Wmo 2015. Tot slot wijst de rechtbank op een kwartaalbrief van de Staatssecretaris van VWS van 21 september 2015. In deze brief heeft de staatssecretaris aangegeven dat het categoraal vooraf uitsluiten van hulp bij het huishouden zich niet verhoudt met de Wmo 2015.

Drie weken na de uitspraak uit Arnhem komt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2016:9 te raadplegen via www.rechtspraak.nl) tot een tegenovergesteld oordeel. Volgens deze rechtbank is het verenigbaar met de Wmo 2015 dat er geen maatschappelijke ondersteuning door de gemeente wordt geboden voor hulp bij schoonmaakwerkzaamheden. De rechtbank komt tot haar conclusie door een interpretatie van het begrip zelfredzaamheid uit de Wmo 2015. De rechtbank stelt voorop dat de wetgever aan gemeenten een grote vrijheid heeft willen geven om een eigen invulling te geven aan de wijze waarop maatschappelijke ondersteuning wordt geboden. Verder heeft de rechtbank voorop gesteld dat het begrip zelfredzaamheid in de wet is opgenomen om daarmee de eigen verantwoordelijkheid van de burger voorop te stellen. Het begrip zelfredzaamheid omvat enerzijds het uitvoeren van noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en anderzijds het voeren van een gestructureerd huishouden. Bij het voeren van een gestructureerd huishouden gaat het volgens de rechtbank om het voeren van de regie over het huishouden. Het gaat daarbij om het aansturen en organiseren van het huishouden en niet om de vraag of die huishoudelijke werkzaamheden ook zelf kunnen worden verricht. Volgens de rechtbank is er van een algemene dagelijkse levensverrichting alleen sprake indien het gaat om het zelf verrichten van de in het gewone leven dagelijkse activiteiten. De rechtbank leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat het doen van schoonmaakwerkzaamheden daaronder niet valt.

Het valt gelet op bovenstaande uitspraken te verwachten dat de knoop over de huishoudelijke hulp uiteindelijk door de Centrale Raad van Beroep zal moeten worden doorgehakt. Duidelijk is dat aan de parlementaire geschiedenis zowel argumenten pro als contra kunnen worden ontleend voor de stelling dat huishoudelijke hulp binnen de Wmo 2015 niet langer als voorziening behoeft te worden aangeboden.

Ondergetekende is als advocaat betrokken bij een van de twee zaken (Oosterhout; de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant). Om die reden onthoud ik mij van commentaar op de inhoud van beide uitspraken en neem ik evenmin een standpunt in over de vraag of huishoudelijke hulp al dan niet valt binnen de kaders van de Wmo 2015.

AKD

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.